HEEMLAND 29 (lente 2004)

gedachten over inburgering

De PvdA-geluiden uit Rotterdam zijn niet mals. Een allochtonenstop voor de deel­gemeente Charlois. Dit werd bepleit door de voorzitter van die deelgemeente, PvdA-lid Dominique Schrijver.(1). Later kwam de PvdA-fractie uit Rotterdam met het plan om kansarmen (in de praktijk allochtonen) te weren uit de stad. In een later stadium werd dit verzacht. Alleen allochtonen die een inburge­ring­cursus gevolgd hadden, mochten in de stad komen wonen; anders niet.(2).  De inbur­gering­cursus als panacee voor alle pro­blemen rond de immigratie.

Dit brengt mij tot enige beschouwingen over de inburgeringcursus. Want wat is zo’n cursus, wat wil men hiermee bereiken, welke doel­stellingen zijn haalbaar en welk mensbeeld ligt daaraan ten grondslag?

Wat is een inburgeringscursus?

Als je op internet het woord inburgering als zoekgegeven intikt, krijg je krijg je een keuze 15.100 artikelen (Google) en dat geeft al aan dat het om een veelbesproken onderwerp gaat.  Waar gaat het om?

Op 9 april 1998 is de Wet Inburgering Nieuwkomers (kortweg: WIN) van kracht geworden. Deze wet voorziet in een verplichte inburgeringcursus voor grofweg gezegd niet-westerse immigranten, in de praktijk asiel­zoekers,  gezinsherenigers en gezinsvormers.  Het rijk voor­ziet in een subsidie, de gemeen­ten zijn verantwoordelijk voor de praktische uitvoering. Gevolg is dan ook dat de inburgering per gemeente kan verschillen. De gemeenten zijn vrij daarin. De immigrant is verplicht dit opleidingstraject te volgen.(3). Elke immigrant krijgt een persoonlijke be­geleider. 

De kosten zijn € 6.000,-  per inburgering­cursus.(4). Omdat elke gemeente zijn eigen  inburgering­cursus moet maken, is er een hele industrie ontstaan om voor die gemeenten cur­sussen te ontwikkelen. Instituten als FORUM, KIEM (Kennisnet Integratiebeleid en Etnische Minderheden), het Bureau Interculturele Evaluatie, enzovoorts. Als vliegen op de stront, zo komen ze af op de enorme pot met geld die de overheid beschikbaar stelt voor de inbur­gering.  Als je op internet bladert en daar de enorme hoeveelheid mensen ziet die hun brood verdienen in de allochtonen- en inburgerings­industrie dan moet ik denken aan de opmerking van H.J. Schoo, oud-hoofd­redacteur van Elsevier, dat de immigratie een fraai banen­project voor hoogopgeleide linkse mensen is.

Wat wil men hiermee bereiken en welke doelstellingen zijn haalbaar?

Doel van de inburgering is de zelfredzaamheid van nieuwkomers te bevorderen. Dit bereikt men door taallessen en door de nieuwkomers voor te bereiden op een beroep.

De regering geeft zelf al aan dat met name de tweede doelstelling, betaald werk, vaak niet gehaald zal worden. Deze mensen moeten dan in ieder geval maatschappelijk actief worden, bijv. in vrijwilligerswerk zodat men een gevoel van eigenwaarde kan behouden.

Het internet gonst van allerlei “succesvolle” projecten. Zo heeft de gemeente Amersfoort bij een inburgeringproject 71 Somaliërs aan het werk geholpen, 35 zijn er begonnen aan een taalcursus en 13 zijn er begonnen aan een andere cursus. Kosten van dit ene project - schrik niet - € 1,3 miljoen ! Alles gesubsi­dieerd uiteraard, want ik heb nog nooit gehoord dat allochtonen zelf vrijwillig aan iets meebetalen.

Een ander project gaat uit van de Universiteit van Tilburg. Zij doet een (letterlijk geciteerd) “interactie-onderzoek in real time naar de stedelijke haarvaten van het openbaar bestuur in de Haagse Schilderswijk”. Wat het moet voorstellen weet ik niet, maar het zal best een lieve duit kosten.

Als je www.inburgernet.nl  intikt, kom je tientallen van dit type projecten tegen, waarbij een zelfgenoegzaam sfeertje overheersend is. Men vindt dat men het geweldig goed doet.(5).

Wat vinden wij hiervan?

Tja, …. geld weggooien is natuurlijk ook een vak. Natuurlijk, echte inburgering lukt hier­mee niet.(6). Ook zonder wetenschappelijk onderzoek, maar met gewoon gezond verstand kun je al heel makkelijk beredeneren dat dit soort acties tot niets lijkt.(6).

Allereerst een paar praktische feitelijkheden:

Men denkt in 600 uur mensen te kunnen voorbereiden op de Nederlandse maatschappij. Dat is natuurlijk een lachertje. Zelf  ben ik vader van drie dochters. Als ik bereken hoe­veel tijd wij (voornamelijk mijn vrouw, zij is gestopt met werken toen de kinderen kwamen) in de opvoeding van onze kinderen steken, dan komt dat, tot hun 18de jaar, neer op ruim 50.000 uur per kind (gerekend is 8 uur per dag, inclusief vorming op school). Boven­dien voed je je kinderen op uit liefde en dat is wel een heel andere insteek dan de inburgering­cursus, die toch maar door één of andere semi-ambtenaar wordt gegeven. Dan is het een lachertje om te denken dat mensen die cultureel totaal anders zijn ingeprint, in 600 uur tot volwaardige burgers kunnen worden opgevoed. Zeker als je bedenkt dat het veranderen van een volwassen iemand veel moeilijker is dan het vormen van een jong kind; elke gedragsdeskundige zal dit kunnen bevestigen.(7).

Daarnaast is het vreemd dat er zo de nadruk op taal wordt gelegd. Ik wil niet beweren dat beheersing van de Nederlandse taal niet belangrijk is, maar het is niet het belangrijkste knelpunt. De grootste problemen doen zich juist voor met de tweede en de inmiddels al derde generatie. En die spreken wel meestal goed Nederlands. Een voorbeeld is Murat, de moordenaar van de Haagse leraar. Hij en zijn vriendjes zijn over het algemeen hier in Nederland geboren, en op televisie was te horen dat zij perfect Nederlands spreken. Toch waren zij vol begrip voor zijn moord. De problematiek zit dus veel en veel dieper dan het beheersen van de Nederlandse taal. Op hetzelfde vlak ligt de volgende gebeurtenis. Ongeveer tien jaar geleden waren er groot­schalige rassenrellen in Los Angelos na de mishandeling van de zwarte Rodney King door de politie. Tientallen doden waren er te betreuren. Op televisie zag je Koreaanse winkeliers schieten op plunderende zwarten. Hier was duidelijk te horen dat de goed Engels sprekende en al eeuwen in Amerika wonende zwarten volledig voorbij gestreefd waren door de veel later gearriveerde Koreanen, die eige­naren waren van de winkels in de zwarte wijken. Ook hier een voorbeeld dat taal maar een hele beperkte factor is. Culturele in­printing, of, zo men wil ‘ras’, is mijns inziens veel meer bepalend voor de mogelijkheid tot integratie.

Het derde en laatste praktische feit haal ik uit een boek wat ik aan het lezen ben, “Het Wrede Paradijs”. Dit boek doet verslag van de levensverhalen van Nederlandse emigranten van net na de oorlog. Honderdduizenden Nederlanders zijn vlak na de oorlog geëmigreerd naar landen als Australië, Amerika, Zuid-Afrika etc.(8). Deze mensen zijn nu in hun levensavond en kijken in het boek terug op hun leven als emigrant. Allemaal zijn ze wel ingeburgerd in hun nieuwe vaderland. Zonder taal- of inbur­gering­­cursussen. Zonder integratie met behoud van eigen cultuur. Zonder alle linkse prietpraat die de huidige immigratie zo kenmerkt. Twee zaken hebben die inburgering bewerkstelligd. Ten eerste: Men moest keihard werken om te slagen. (het woord uitkering komt in het hele boek niet voor). Ten tweede: Als het niet lukte, moest en ging men terug. Rond de 30 % keerde terug naar Nederland. Men kon niet ten laste van het ontvangende land blijven.

Ik geloof er dus gewoon uit praktisch oogpunt al helemaal niet in dat inburgeringcursussen de oplossing van alles kunnen vormen voor de allochtonenproblematiek.

Mensbeelden als uitgangspunten van verwachting bij samenlevingsopbouw

De werkelijke oorzaak van de verschillen zit namelijk veel dieper en is niet met een cursus weg te werken. Daarmee komen we op de principiëlere bezwaren ertegen.

Het idee achter de inburgeringcursus is in belangrijke mate het gangbare idee van de jaren zestig van de maakbare samenleving. Achterstanden en onrechtvaardige situaties zouden het gevolg zijn van te weinig kansen, een slechte omgeving, een onrechtvaardige situatie of noem maar op. Door de omstan­digheden te wijzigen en door mensen op te voeden veronderstelde men alles te kunnen wijzigen. In wezen is dit het marxistische idee dat iemands sociale klasse uit­eindelijk beslis­send is voor iemands gedrag. Dit is het dominante mensbeeld geweest bij de beleid­s­makers in die tijd.

Maar er zijn natuurlijk ook andere mens­beelden te bedenken. Bij voorbeeld dat van psycho-analyticus Sigmund Freud: gedrag wordt bepaald door onderbewuste driften. Of het Christelijke mensbeeld: gedrag wordt bepaald door een oppermachtig wezen en ligt dus buiten de mens zelf. Tot slot heb je nog de Darwinistische visie: Gedrag wordt uit­eindelijk bepaald door de overlevingskans van de mens als soort.

De sociobiologische visie

In de Verenigde Staten is de afgelopen jaren een hele nieuwe tak van wetenschap ontstaan, de sociobiologie. Deze gaat ervan uit dat het menselijk gedrag al vast ligt bij de geboorte en daarna niet of nauwelijks meer wijzigbaar is. Of zoals de grondlegger van deze richting, de Amerikaanse bioloog Edward O.Wilson be­toogde: “Elk menselijk brein is van oorsprong geen schone lei, die alleen nog maar hoeft te worden ingevuld met ervaring, maar een ‘belicht negatief’, dat alleen nog maar in de ontwikkelaar hoeft te worden onder­gedom­peld”. Het negatief  kan slecht of goed worden ontwikkeld, maar het enige wat je krijgt is wat er oorspronkelijk op stond.(9).

Dit sluit natuurlijk dicht aan bij de Darwinis­tische visie. Gedrag is bepaald door de genen, en ligt in hoge mate vast. Aanhangers van deze theorie beweren dat, als ze van een baby DNA afnemen, zij zijn gehele levensloop kunnen voorspellen. Wetenschap­pelijk gezien is deze theorie sterk aan de winnende hand. Tegenstanders verklaarden deze theorie als racistisch, en laten we wel wezen, daar zit – met racisme bezien als leer die biologisch onderscheid als waardevol erkent - wat in. Bovendien waren tegen­standers direct bang dat een theorie uit Nazi-Duitsland, de eugenetica, door de sociobiologie weer in zwang zou komen. Ook daar zit wat in.

Maar de fundamentele vraag blijft natuurlijk of deze sociobiologische theorie waar is. Ligt ons gedrag al bij onze geboorte - of daarvóór al - vast ?

Etnisch groepsgedrag is waarschijnlijk vooral genetisch bepaald

Ikzelf denk dat dit in overwegende mate zo is. En als we aannemen dat ons gedrag bij geboorte al bepaald ligt, dan moeten we daar­uit de conclusie trekken dat gedrag ook groeps­­gewijs kan vastliggen. Het gedrag van zwarte jongeren, met name hun “bende”-cultuur, lijkt ook heel consistent in zeer verschillende omgevingen. De Crips (een beruchte zwarte jeugdbende) uit Los Angelos, de Congolese jeugdbendes in Brussel, de Zwarte misdaad in Johannesburg; ik vind de overeenkomsten verbluffend. Iets dergelijks kun je ook zeggen van Islamieten. Overgeërfd gedrag lijkt zo heel consistent en ook heel moeilijk te veranderen.

Ik meen dan ook dat gedragsverschillen tussen etnische groepen vast liggen en moeilijk te over­bruggen zijn. En dat die verschillen groot zijn, is dagelijks in Nederland op straat, maar ook bijvoorbeeld op de media, zoals op MTV, te zien. Vanuit deze socio­biologische visie kán de inburgeringscursus geen enkele zin hebben. Vanuit deze visie kan de gehele multiculturele samenleving fundamenteel als een te misluk­ken project beschouwd worden.

 

Eduard den Hollander

januari 2004


Noten:

1.        Ik heb voor dit artikel een bezoek gebracht aan Rotterdam-Zuid, waarin Charlois ligt. Een allochtonenstop is mosterd na de maaltijd. Niet alleen wordt het straatbeeld door allochtonen overheerst, maar ook de leeftijdsopbouw van de autochtone en de allochtone bevolking biedt weinig hoop voor de toekomst.  De allochtone bevolking is jong, de scholen zijn zwart en de autochtone bevolking is op leeftijd, vaak 65 of ouder. Autochtone jeugd is een uitzondering.

2.        Toch een behoorlijke ommezwaai van de PvdA. In Rotterdam is altijd een behoorlijke vertegenwoordiging van Centrumpartij, CD en CP’86 geweest in de gemeenteraad. Deze zijn door de PvdA en de haar goedgezinde pers zoals het Rotterdams Dagblad altijd te vuur en te zwaard bestreden. Zo sprak burgemeester Peper na de grote verkiezingswinst van de CD in 1994 de kiezers bestraffend toe; “Men had “verkeerd” gekozen”. Aldus deze benoemde en niet verkozen burgermeester. (Overigens is Peper zelf nog nooit in een openbare functie verkozen; al zijn functies had hij te danken aan benoemingen) Nu merkt men ook in de PvdA de resultaten van haar eigen beleid. Een excuus aan de kiezers zou op haar plaats zijn,maar …. . Sorry is geen links woord.

3.        De  sanctie op het niet-volgen van de inburgeringscursus is mij uit de stukken niet duidelijk geworden. Waarschijnlijk is dit een wassen neus.

4.        Bij deze kosten kun je, zoals bij alle kosten rondom immigranten, grote vraagtekens zetten. 6.000 euro voor 600 uur cursus is niet veel; 10 euro voor elk uur cursus. Iedereen die zelf wel eens een avondcursus, bijv. bij Scheidegger heeft gevolgd, weet dat dit een lachertje is. Zeker als je bedenkt dat elke immigrant een persoonlijke begeleider krijgt tijdens de cursus. Waarschijnlijk zijn een hoop kosten niet doorberekend en staan ze op andere begrotingen bij de overheid.

5.        Op het moment dat ik dit artikel schrijf komt het rapport van de commissie Blok naar de integratie in de publiciteit. Hij concludeert, niet verwonderlijk, dat de inburgeringscursussen weinig effect hebben

6.        Ik heb voor dit artikel vele honderden webpagina’s over inburgering bekeken en opvallend was dat ik het woord “autochtoon” niet heb gelezen. Voor de hele multiculti-industrie zijn de oorspronkelijke Nederlanders gewoon non-existent.

7.        Onthullend is in dit verband ook het gegeven dat bij adoptie uiteindelijk een kwart van de kinderen uit huis geplaatst wordt (cijfer van Boris Dittrich van D’66) Deze kinderen worden dan nog door vaak uiterst gemotiveerde Nederlandse ouders opgevoed. Hoe groot is dan de kans van slagen voor een inburgeraar….?

8.        Hylke Speerstra, “Het Wrede Paradijs, Het levensverhaal van de emigrant” Uitgeverij Pandora,  ISBN 90-254-12009

9.        Onderzoek van o.a. Murray en Hernstein bewijst dat intelligentie grotendeels vast ligt, en ook etnisch bepaald is. Afrikanen zijn minder intelligent dan wij, Oost-Aziaten juist iets intelligenter. Ook de farmaceutische industrie ontwikkelt tegenwoordig per ras verschillende medicijnen, omdat de verschillende etnische groepen verschillende reacties vertonen.

 

 

terug naar Heemland 29, Ten geleide

 

terug naar hoofdbladzijde  Heemland

naar Heemland 29, De Vlaamse beweging en de (toekomstige) macht