HEEMLAND 28 (kerst 2003)

 

OVER ARABIEREN EN EUROPEANEN

 

De laatste twee jaar is er in onze Lage Landen veel te doen met betrekking tot de Arabisch-Europese Liga, die zich onder aanvoering van Abu Jahjah Dyab eerst in België, enige tijd later ook in Nederland uitdrukkelijk is gaan manifesteren. De gebeurtenissen op en na 11 september 2001 hebben als aanjager gediend voor een snelle maatschappelijke polarisatie rond de oprukkende islamisering van Europa tussen enerzijds oorspronkelijke bevolking en anderzijds islamieten. Vlaams Blok in het Zuiden en Pim Fortuyn in het Noorden hebben van de zijde van de autochtone bevolking het vraagstuk op de politiek agenda geplaatst zodat zich nu ook anderen, waaronder zelfs de linkse elites, zich ten langen leste - na jarenlang bagatelliseren - volop met de betreffende gevaarlijke ontwikkelingen zijn gaan bekommeren. 

Vanuit de militant islamitische hoek is de zaak opgepakt door de AEL. Deze liga wil opkomen voor het maximaliseren van de rechten van islamieten in Europa, met dien verstande dat ze helemaal niet wil aansturen op integratie en in het verlengde ervan culturele assimilatie met de ontvangende westerse samenlevingen, maar juist op versterking van de Arabische identiteit van met name die islamitische immigranten die het Arabisch erkennen als hun gemeenschappelijke culturele schrijftaal, dat door hen beschouwd wordt als de uitverkoren taal omdat de Koran erin is opgesteld. De AEL richt zich tot allen die zich hierin kunnen vinden en wel ongeacht welke spreektaal ze bezigen en waarvandaan uit de wereld der islamitische gelovigen ze afkomstig zijn. Vooral onder Marokkanen is ze erg in trek.

Onderstaande twee artikelen gaan nader op de ideeënwereld en de machtsstrategieën van de AEL in. In zijn juridische vertoog betwijfelt Van der Gulik het bestaanrecht van de AEL in verband met haar opvattingen en werkwijze. Hierbij wijst hij ondermeer op de uitzonderlijke, niet-democratische origine en de navenante plaats en waarde die blijkens verklaringen binnen de Islam aan de begrippen ‘mensenrechten’ en ‘democratie’ gegeven worden. Jaak Peeters gaat in zijn artikel wel uit van de westerse betekenis van het begrip mensenrechten. Met verve hekelt hij het oneigenlijke opeisen van individuele mensenrechten in westerse zin, misbruik makend van de rechtsstatelijke bescherming die de immigranten genieten, voor het imperia­lis­tische streven van arabisch-islamitische machtsverwerving in Europa. (De redactie)

 

Abou Jahjah is niet gek.

 

Woord vooraf

Het hiernavolgende artikel zal elke rechtgeaarde Vlaamse nationalist de haren te berge doen rijzen. U zult boos worden, geachte lezer. Als dat gebeurt, schiet dan niet op de pianist, want die vertolkt slechts een partituur die door iemand anders geschreven werd. Méér zelfs: op het einde van deze bijdrage zal ik U uitleggen waarom precies U boos bent geworden. Ik voeg er meteen aan toe: u hebt gelijk dat U boos wordt, want U – en ik – ziet Uzelf met recht als het slachtoffer van een knoeiend Belgisch en Europees regime.

Ik schrijf dit artikel echter omdat ik geloof dat het de hoogste tijd wordt dat we met z’n allen ontwaken, de Vlaamse nationalisten het eerst. Zoniet, staan ons nog bittere en harde tijden te wachten. Velen onder ons geloven dat de bloedige oorlogen van de eerste helft van de zestiende eeuw voorgoed geschiedenis zijn. Voor zover het om die concrete historische feiten gaat, is dat natuurlijk volkomen correct; voor zover de dertigjarige oorlog een voorbeeld is van een verschijnsel dat zich vaker kan voordoen, valt elk overdreven optimisme met kwaadwillige lichtzinnigheid gelijk te stellen.

Ik schrijf dit ook omdat ik ervan overtuigd ben dat het dossier van de Arabisch-Europese Liga (AEL) op grond van onze eigen juridische basis­beginselen veel minder zwak is dan velen onder ons geneigd zijn te geloven. Daaruit volgt dat de positie van de Vlamingen tegenover die van de Arabieren ([1]) veel complexer is dan wij gewoonlijk denken. Het is verre van zeker dat de autochtone Vlamingen ([2]) een openlijke confrontatie met de Arabische minderheid met de normale juridische middelen zouden kunnen winnen. Derhalve is de kans groot dat zo’n confrontatie uit kan draaien op een openlijk machtsgevecht - bedoeld is dan inclusief het gebruik van wapens. Ik denk redenen te hebben om zulks te stellen. Ze zullen verderop duidelijk worden.

De teksten waarop ik steun, zijn te vinden in “Het failliet van de integratie?” (FI) en in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift ([3]). Ik zal er uitvoerig uit citeren. Wie de teksten zélf wil raadplegen moet vanzelfsprekend naar de bibliotheek gaan. Ik verontschuldig me voor het soms slechte taalgebruik, vooral in het VMT.

Wie is Dyad Abou Jahjah?

De beide teksten (FI en VMT) waarop ik me steun zijn van de hand van de in Vlaanderen en Nederland berucht geworden Abou Jahjah, die tevens de stichter is van een Arabische partij in Vlaanderen én Nederland – ironisch genoeg wellicht de énige Heelnederlandse partij! Jahjah werd door de Belgische justitie al eens opgepakt maar men moest hem onverrichterzake weer vrijlaten.

Onderschat de genaamde Abou Jahjah niet! De man is bijzonder intelligent en zeer belezen. Hij kent de teksten Samuel Huntingon net zo goed als deze van De Gobineau. Hij kent de Europese geschiedenis beter dan de meeste Vlaamse nationalisten. Hij spreekt vloeiend Nederlands, Arabisch, Frans en Engels, is hooggeschoold – hij heeft een licentiaatdiploma - en komt uit de familie waarin onder meer ingenieurs voorkomen. Hij werkt aan een doctoraat.

Abou Jahjah handelt niet alleen of op eigen houtje. Hij overlegt heel nauwgezet met zijn achterban van de AEL, waarvan hij de grote bezieler en onbetwiste leider is. De VMT-tekst die het meest instructief is, is de (slechte) Nederlandse vertaling van een in het Engels uitgesproken lezing namens het bestuur van de AEL op een conferentie einde januari 2002 in Kairo.

Het is moeilijk te zeggen hoe groot zijn invloed is. Zelf beweert hij dat zijn beweging, de AEL, wijdverbreid is onder de Arabieren van de tweede generatie in België. Ongetwijfeld vertegenwoordigt hij het militante gedeelte van wat hij “zijn gemeenschap” noemt. Het valt echter te vrezen dat hij de meer stiekeme of alleszins psychologisch sterkere gevoelens van een belangrijk gedeelte van de Arabieren onder woorden brengt.

Niet wij ‘Arabieren’, maar zij Europeanen hebben een probleem, aldus Jahjah  

De Arabieren in België werden toen (in de 1e Golfoorlog/ j.p.) als de ‘vijfde colonne’ van de kwaadaardige vijand bekeken” (VMT). En dus is het voor Abou Jahjah geen toeval dat juist tijdens het jaar van de eerste golfoorlog, in 1991, de meest gewelddadige botsingen plaatsgrepen tussen Arabieren en autochtonen. (VMT). Het leken wel intifada-scènes, daar in het Vlaamse Molenbeek, een deelgemeente van Brussel. Geen wonder, want men had “de xenofobe racistische partij” (bedoeld wordt het Vlaams Blok/ j.p.) toegestaan uitgerekend in dat voornamelijk door Arabieren bewoonde Molenbeek een meeting te houden. “Het toelaten van zo een partij in de straten van Molenbeek in de lente van 1991, is vragen om moeilijkheden”(VMT). Wat dacht je wel! Een Vlaamse partij die een - door Arabieren ingenomen - Vlaamse gemeente uitkiest om er ter plaatse haar eisen te komen stellen. Dat is pas uitdagend. Het is maar hoe je het beziet … ! “Het is omdat Europa het meest te maken heeft met racisme, dat Europa het meeste spreekt over antiracisme.” (VMT) (wat overigens nog waar is ook).

Meer zelfs: “Maar in plaats van integratie te bekijken als een proces dat de gehele, zowel immigranten- als inheemse bevolking erbij betrekt, en dat moet leiden tot een multiculturele maatschappij-organisatie en tot de afschaffing van discriminatie ([4]), was integratie zoals het door Leman en D’Hondt werd begrepen een proces dat moet leiden tot het afschaffen van alle verschillen tussen de meerderheid en de immigrantenminderheid door middel van totale assimilatie van de minderheid. Met andere woorden: diversiteit werd als het probleem beschouwd en niet de onbekwaamheid van de Belgische maatschappij om ermee om te gaan.”(VMT)

Anders gezegd: niet de Arabieren hebben een probleem, wel de autochtonen, want zij zijn niet in staat een fatsoenlijke regeling te vinden voor de aanwezigheid op hun grondgebied (toevoeging mijnerzijds) van Arabische minderheden. Onder fatsoenlijk wordt hier verstaan wat A. Margalit daaronder verstaat.([5]).

Abou Jahjah weet van wanten: “In een globaliserende wereld en een integrerend Europa zal een landbouwer van het Vlaamse platteland, of een arbeider in de Antwerpse haven, of zelfs een bankier in Brussel, zich gemakkelijk blootgesteld voelen aan ‘externe gevaren’, of deze nu werkelijk bestaan of niet. Deze gevaren kunnen de vorm aannemen van economische concurrentie, zoals vijandige overnames door multinationale bedrijven of Europese fusies die samengaan met wat  cynisch rationaliseringen wordt genoemd (...)” (VMT) “Maar de grootste bedreiging van allemaal, ondanks alle vernieuwing en verandering, is de oudste van allemaal: de medemens. Mensen zijn meer dan ooit bang voor andere mensen, vooral wanneer deze anderen van buiten komen. Wanneer hij een vreemdeling, een buitenlander is. Binnen een wereld die haar grenzen verliest, is een buitenlander om verschillende redenen meer bedreigend geworden.” (VMT). Wat Abou Jahjah hier zegt, is volstrekt juist. Zoals gezegd, is de man echt geen gek.

Bovendien gaat hier niet om een Vlaams probleem, zelfs niet eens een Belgisch – al wordt België als het meest racistische land van Europa aangewezen. “Dit artikel begon niet met de oude nieuwszin ‘na de val van de Sovjet-Unie’, omdat we allemaal weten dat, wanneer het communistische gevaar was verslagen, Europa en het Westen begonnen is door zijn oude islamofobe demonen gekweld te worden.” (VMT). Volgens Abou Jahjah is de interactie tussen Arabieren en Europeanen – waarmee Abou Jahjah het onderscheid tussen ‘zijn Arabische mensen’ en ‘de Europeanen’ beklemtoont ([6]) - allesbehalve positief. Volgens hem is de situatie in Denemarken erger dan in België, vergelijkbaar met wat er in Frankrijk en Oostenrijk gebeurt. Ook Spanje, Italië en Groot-Brittannië moeten het ontgelden, evenals Duitsland ([7]). Heel Europa zit dus fout, als we Abou Jahjah moeten geloven. Héél Europa is in de greep van een Islamofoob, anti-arabisch racistisch complex. “Wat men hier een ‘migrantenprobleem’ noemt, is volgens ons een autochtonenprobleem” (FI)

Waar komt dit ‘racisme’ vandaan?

Welke uitleg geeft Abou Jahjah hieraan?  Xenofobie of racisme is niet vreemd aan de menselijke aard, of je Arabier, Europeaan of Chinees bent. Feitelijk is het een natuurlijke reflex die diepgaande wortels in de menselijke psyche heeft sinds we voor het eerst onze grotten verlieten, naar de velden en de steppen trokken, en andere menselijke groepen begonnen te ontmoeten. Maar in Europa is het benadrukt door een meer kwaadaardige en minder algemene houding: racisme” (VMT). Daarna geeft Abou Jahjah een definitie voor deze veel misbruikte term, die aantoont dat deze man meer in zijn mars heeft dan vaak wordt aangenomen: “Racisme is een ideologie en een geestestoestand die de suprematie van iemands eigen ras boven alle andere rassen voorschrijft.” (VMT). Als Abou Jahjah schrijft dat nergens in de wereld het racisme zou weelderig bloeide als in Europa – waarbij hij verwijst naar de opvattingen van mensen als De Gobineau – dan heeft hij waarschijnlijk nog gelijk ook. Ook de Arabisch-Palestijns-Amerikaanse schrijver Edward Said haalt scherp uit naar het Engelse racisme van de 19e en 20e eeuw.  Abou Jahjah staat dus niet alleen met dit oordeel!

Europa heeft nooit zijn nederlaag in de kruistochten verteerd, noch hebben de Arabieren de gruwelen die gepleegd werden door de ‘wilden uit het Noorden’ en hun heilige oorlog om het graf te veroveren van wat ze als hun god (met kleine letter/ j.p.) beschouwen, vergeten” (VMT). “Tijdens de middeleeuwen was de vrees voor een superieur Arabisch-Islamitisch rijk en beschaving dat zijn territorium trachtte uit te beiden tot de kern van Europa meer dan alleen maar een fobie, het was een geopolitieke realiteit”. (VMT). Volgens Abou Jahjah zijn vandaag dezelfde componenten van vrees nog steeds in de geesten van de Europeanen aanwezig. Bovendien dringen ze door in het politieke spectrum en het toppunt is de botsing van de beschavingen, zoals die door Huntington voorspeld werd, (zie Samuel Huntington. Botsende beschavingen. Nederlandse vertaling door Jan Bos, Anthos, 1997). De eerste en de recentste golfoorlog moeten volgens hem allebei op dezelfde lijn worden geplaatst: de strijd van het Westen tegen de als bedreigend aangevoelde Islam. Hoe Abou Jahjah de oorlog van Bush jr tegen Saddam Hoessein opvat? “De demonisering van de leider van de vijand is een essentiële stap in het proces van de ontmenselijking van zijn volk” (VMT). Met andere woorden: Europa, en dan voornamelijk het Christelijke Europa, en bij uitbreiding het hele Westen, worstelt met een reusachtig minderwaardigheidscomplex tegenover de Arabische wereld en dat complex is het dat zich onder de vorm van racisme vastzet op de normale menselijke afkeer voor het vreemde. Inderdaad: niet Abou Jahjah heeft een probleem, de autochtonen hebben er een. Alles is een kwestie van standpunt.

Uit dit racistisch minderwaardigheidscomplex komt de huidige discriminerende anti-Arabische politiek in heel Europa voort. “Integratie als visie is ontstaan in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, om te dienen als democratische oplossing voor het ‘joodse probleem’. Ook toen was er sprake van ‘integratie of deportatie’. Doordat de joodse gemeenschap van Europa – terecht – vóór het behouden van haar eigen identiteit en levenswijze koos, heeft deze “integratieoplossing’ plaats gemaakt voor een ander soort ‘eindoplossing’ (sic/ j.p.). Ook toen heeft dit ‘integratie­denken’, dat zoals vandaag vanuit een blind westers fundamentalisme vertrok, een goede dienst bewezen aan extreem-rechts. (…) Wij weigeren ons te ‘integreren’ en zouden willen dat autochtonen zich stilaan bewust worden van de dubbelzinnigheid van dit concept.” (FI)

Hoezo, dubbelzinnigheid? Die integratie, zoals die ook door Pater Leman wordt opgelegd, is “ook een vragen om het verdwijnen van de ‘ander’ doorheen het elimineren van al wat hem tot een ander maakt: zijn cultuur, zijn taal en zelfs zijn godsdienst” (VMT). Voilà. Daarmee weten we het meteen. Bent U nu nog niet boos, geachte lezer?

Maar Abou Jahjah is er gerust op: “Assimilatie is nu verder weg dan ooit, en laat me duidelijk zijn over het feit dat het positief is, daar culturele diversiteit en het recht om zijn eigen cultuur en taal te behouden een heilig mensenrecht is” (VMT).  

Uitgaan van de mensenrechten

Daar is het toverwoord dan gevallen, en bovendien eentje dat we zelf, hier in Europa, hebben uitgevonden, en dat nu, kennelijk zoals een boemerang, ons tegen de slapen dreigt te slaan.  De mensenrechten!

Abou Jahjah is zo duidelijk als maar zijn kan: “Het stellen van de integratie als een voorafgaande voorwaarde voor basisrechten is een schande, de enige voorwaarde om mensenrechten te genieten is mens te zijn” (VMT) ([8]).

In 2000 publiceerde de AEL twee artikels in Vlaamse kranten. Daarin werd opgeroepen om de integratiebeweging stop te zetten en de hele kwestie van de verhouding tussen de meerderheid en de minderheid te bekijken vanuit het perspectief van de mensenrechten. Men stelde dat het concept van de integratie, zoals dat in België wordt toegepast ondemocratisch en racistisch is, en dat gelijke rechten en multiculturalisme de enige weg naar een harmonieuze coëxistentie is.  De auteurs waren geenszins verrast door de reacties op deze krantenartikelen: ze wisten op voorhand dat ze van fundamentalisme zouden beschuldigd worden, “omdat we voor het behoud van onze identiteit waren”(VMT).

Onze ‘vrienden’ gaan dus uit van een typisch westers concept – dat in de Arabische wereld nergens wordt gehanteerd – om dat als breekijzer te gebruiken teneinde zichzelf in een politiek evenwaardige positie, namelijk deze van minderheid – eveneens een internationaal erkend concept; waar de Vlamingen alles van weten, sedert de heer Columberg en mevrouw Haidegger hen de les zijn komen spellen voor het niet-toepassen van regels die in hun eigen thuisland evenmin worden toegepast - te hijsen en van daaruit hun tocht naar de macht voort te zetten.

Maar laat me eerst nog beter verduidelijken wat zij verstaan onder multiculturalisme. Abou Jahjah is daar namelijk heel helder over. Het gaat om “een evenwaardige participatie en emancipatie van hun eigen gemeenschap” (FI) aan het proces van de samenleving. Let goed op wat er staat: “participatie en emancipatie van hun gemeenschap”, en wel op basis van evenwaardigheid. Zij eisen dus volop en zonder enige beperking minderheidsrechten op.

Wat die dan zoal inhouden?: “Cultuur moet als een privé-zaak beschouwd worden, net zoals godsdienst” ([9]). “Multiculturalisme zou de norm moeten zijn, alle culturen zouden gelijkwaardig moeten behandeld worden en de ruimte verleend worden om zichzelf te bevorderen en te behouden. Het behouden van iemands cultuur is niet beperkt tot de culinaire kunst en de muziek; het bereikt ook ieder ander aspect van het leven. Zo hebben de talen van alle minderheden het recht om onderwezen en bewaard te worden, afgezien of het een officiële taal van een staat is of niet” (VMT).

Daarmee gaat 170 jaar Vlaamse Beweging gelijk meteen onderuit! En daarmee is het niet gedaan. Ook “Europa” moet zijn duit in het zakje doen: “Tegelijkertijd en op een ander niveau moet Europa zijn demonen uitdrijven en omgaan met de Islam zoals het met elke andere godsdienst omgaat. Islam zal voor altijd een deel uitmaken van de Europese cultuur (…)”. (VMT). Elders zegt hij het nog duidelijker: “Wij zijn hier en wij blijven hier. Er is geen enkele internationaal aanvaardbare manier om ons buiten te zetten. Of lijkt etnische (weer die term/ j.p..) zuivering u een optie?” (FI)

En voor wie nog twijfelen mocht, voegt de heer Abou Jahjah er de nodige dreigementen aan toe: “Wij zijn erin geslaagd om gedurende jaren onze gemeenschap betrekkelijk kalm te houden en we hebben de bedoeling om hun legitieme klachten te blijven kanaliseren in politieke- en burgeracties, maar Europa moet willen om onze zaak gemakkelijker te maken” (VMT). Zoniet: de heilige oorlog? En nog voorts: “Europa wil geen destabilisering riskeren door een zeer jonge, dynamische en talrijke Arabische tweede generatie op een radicaal pad te duwen” (VMT). Commentaar overbodig, dunkt me. “Na tien jaar zijn de immigranten nog meer Marokkaans en moslim dan ooit” (VMT). Stop dus met uw pogingen, arme autochtonen, het zal jullie nooit lukken: wij winnen uiteindelijk toch!

Enkele kritische beschouwingen  

Nu we uit de eerste hand vernomen hebben wat Abou Jahjahs bedoelingen zijn wordt het tijd om onze boosheid te overwinnen, even op adem te komen en ons te bezinnen over wat hier echt aan de hand is.  Ik beken namelijk dat ik een geëngageerde bijdrage geschreven heb. Hoe zou het anders kunnen, voor iemand die zich medeverantwoordelijk voelt voor de toekomst van onze oude Nederlanden?

En kijk eens hier, beste lezer, geef het maar meteen toe: ook u bént boos geworden, nietwaar? Het ergste dat we kunnen doen is onze kop in het zand steken en doen of er niks aan de hand is. Dat doen de regeringen in Europa al meer dan genoeg, de Belgische trouwens is daarin gespecialiseerd. Even verkeerd is het alle allochtonen nu te stigmatiseren. Uit mijn eigen kennissenkring ken ik tal van mensen die wel degelijk integreren en wier kinderen zichzelf mettertijd zullen assimileren in de Vlaamse maatschappij. Zij kiezen daar bewust voor. Alleen nog de naam en misschien een westerse vorm van Islam zullen overblijven. Maar het lijdt evenmin twijfel dat Abou Jahjah en zijn AEL zonder meer de voorhoede vormen van een veel grotere en dus gevaarlijker falanx van extremistische fundamentalisten.

Waarom wordt de lezer zo boos als hij het bovenstaande leest? Ongetwijfeld omdat elke vorm van wederkerigheid ontbreekt. De dames en heren Arabieren nestelen zich – al lang niet meer gevraagd, maar omdat zij ons met onze eigen netten vangen - en geven dan doodleuk te kennen dat ze helemaal niet zinnens zijn zich te schikken naar de wetten en gewoonten van het gastland, (zie het massale misbruik van het principe van de gezinshereniging). Oh ja, de heer Abou Jahjah vindt het mooi te verklaren dat “het recht de enige verzameling regels en waarden (is) die voor iedereen binnen een moderne maatschappij bindend is” (VMT), maar meteen haalt hij diezelfde uitspraak onderuit door onmiddellijk te verklaren dat taalgebruik alvast ‘privé’ is. Nu is taal in vrijwel geen enkel Europees land een privé-zaak. De Belgische grondwet maakt gewag van een duidelijke taalreglementering en dat is  in Frankrijk, Italië en Spanje niet anders. Die regelingen zouden dus moeten opgeheven worden?

Maar dat is niet het ergste. Het ergste, het meest stotende is het feit dat Arabieren, veelal ongevraagd, een ‘status aparte’ opeisen, het statuut van beschermde minderheid. Zij willen dus invoeren wat in Zuid-Afrika met zoveel misbaar bestreden werd: apartheid. En toch verklaren ze te geloven dat zulks de weg is naar een democratische en vreedzame maatschappij. Door zo’n “minderheidsstatus” op te eisen, leggen ze eigenlijk beslag op een stuk van ons grondgebied, dat ze opeisen om er hun levenswijze, zoals ze die in hun herkomstlanden gewoon waren, te kunnen voortzetten. Maar dit is imperialisme. Daar is geen ander woord voor. Immers: aan deze inbeslagname beantwoordt op geen enkele wijze enige vorm van wederkerige “inbeslagname” in hun landen. Het is niet zo dat Vlamingen of Nederlanders koloniën kunnen vestigen in bijvoorbeeld Marokko en binnen deze koloniën in een vorm van apartheid leven en er hun eigen wetten en reglementen navolgen. Derhalve moet de territoriale toegeving eenzijdig gebeuren, met bovendien het risico van een verdere besmetting voor het overblijvende gedeelte van het territorium.

Dat mensen van het slag van Abou Jahjah wel degelijk hun eigen wetten willen naleven blijkt uit het feit dat hij nog zeer onlangs openlijk verklaarde er geen probleem mee te hebben als dieven de hand zouden worden afgehakt, zoals in Saoedi-Arabië. Moeten wij, die sedert de Middeleeuwen gestreden hebben voor een menselijke rechtspraak, nu de herinvoering van dit soort barbaarsheid gedogen? En wat betekenen die wetten dan nog die, volgens de heer Abou Jahjah, het enige zouden zijn waaraan alle bewoners van een staat moeten gehoorzamen, als handen afhakken moet gedoogd worden als “culturele rechten”? Is het denkbaar dat de ene bevolkingsgroep voor een diefstal gestraft kan worden met een gevangenisstraf, en de andere met het afhakken van een hand?

Het is duidelijk: dit loopt op een conflict uit. Wie zich daarmee wil amuseren kan nog wel meer voorbeelden bedenken die Abou Jahjas “multiculturalisme” de grond onder de voeten haalt. Binnen België lukt het al niet om Vlamingen en Walen op één lijn te krijgen als het gaat over het plaatsen van onbemande camera’s langs onze wegen!

De grote afwezige factor in heel dit verhaal zijn de autochtone ‘volksrechten’. De heer Abou Jahjah past op de meest rigoureuze wijze de individuele mensenrechten op de leden van “zijn volk” toe, maar zwijgt even rigoureus over de rechten die bijvoorbeeld de Vlamingen hebben als gemeenschap. Ook een groep mensen heeft namelijk rechten. Tot die rechten behoren, onder meer: de onschendbaarheid van het grondgebied en het daaruit voortkomende recht op zelfverdediging. Als het grondgebied van een gemeenschap op gelijk welke wijze geschonden mag worden, dan stellen collectieve rechten niets voor.

En welke garantie hebben wij dat de heer Abou Jahjah niet deze “verzwegen” volksrechten, die hij dus niet op autochtone volkeren wil toepassen, niet zal inroepen voor zijn zelfverklaarde gemeenschap. En is er trouwens wel sprake van een “Arabische gemeenschap”? Waaruit moet dat dan blijken, hoe is die georganiseerd, en waar haalt die groep de legitimiteit vandaan om te komen tot zijn zelfverklaarde “gemeenschap”? Is er niet alleen maar sprake van “gemeenschappen” als die ergens van oudsher wonen? Is twee generaties daartoe al voldoende, vooral als men weet op welke manier de aanwezigheid van deze groep tot stand is gekomen?  

Nawoord

Ik heb slechts enkele kritische bedenkingen gemaakt en enkele vragen gesteld bij de tekst van Abou Jahjah. Er zijn er nog. Bijvoorbeeld: wat stelt de Nederlandse cultuur nog voor als die zo vaag wordt, dat zowat alle cultuuruitingen “culturele rechten” zijn geworden? En welke zal dan de lingua franca worden? Engels, voor heel Europa? Is dat de uitkomst van 170 jaar Vlaamse Beweging?

Ik heb op de eerste plaats verslag willen doen van zijn denken en dat van zijn acolieten bij mensen die daar naar alle waarschijnlijkheid maar een vaag beeld over hebben. Of we het graag horen of niet: wij hebben in de schoot van onze Europese volkeren een zwaar probleem. We zullen voor onszelf moeten beginnen te definiëren welke diversiteit wij kunnen toestaan, zonder de toekomstige leefbaarheid van onze eigen volkeren in gevaar te brengen. In zijn Schumannlezing komt Herman de Dijn tot de slotsom dat Europa divers zal zijn of niet zal zijn, maar dat het daarmee volstrekt niet uit de knoop is. (zie Herman  de Dijn:  Schumannlezing 2003. Uitgave Bureau Studium Generale, Universiteit Maastricht 2003).

De Dijn spreekt op de eerste plaats over de diversiteit onder de verschillende autochtone volkeren. Nu komt er nog een extra-diversiteit bovenop. Hoe gaan we dat oplossen? Weer op z’n boerenfluitjes? Met het klassieke kunst- en vliegwerk, overgoten door een flinke dosis links of rechts populisme? Zo zullen we er nooit komen.

Voor Vlaanderen komt er nog eens een levensgrote moeilijkheid bovenop: de bevoegdheden die we als Vlamingen nodig hebben om een serieus beleid te voeren op het hier aangehaalde gebied hebben we niet eens, (dit is eveneens de opvatting van Marc Platel). Onafhankelijkheid is voor Vlaanderen dus een dringende eerste plicht. Mensen die deze onafhankelijkheid afremmen nemen een bijzonder zware verantwoordelijkheid op de schouders, want zij zullen aansprakelijk gesteld moeten worden voor het feit dat Vlaanderen niet bij machte was om het levensgrote probleem van de allochtonen terdege aan te pakken.

Daarnaast moeten de banden met Nederland aangehaald worden. Dat Abou Jahjah in zijn tekst nergens over Nederland spreekt – hoewel hij de taal beheerst – is symptomatisch. We hebben daar in het Noorden wat te leren! Wat meer is: nog zeer onlangs stond ik in Antwerpen bij de betaalautomaat van een parkeergarage. Voor mij was er een vader met zijn nog jonge zoontje op de rug. De vader was duidelijk van Noord-Afrikaanse oorsprong. Welke taal deze vader tegen zijn zoontje sprak? Nederlands! Waarmee de taalkundige en dito staatkundige dimensie zoals ik al eerder in het licht heb gesteld nog eens geïllustreerd wordt. De taal is ook het vehikel voor cultuurverwerving, dus voor integratie en uiteindelijk, voor een of andere vorm van assimilatie. Want dààr, en op niks anders, zal het op de heel lange termijn op moeten uitdraaien. Met een kleine groep fundamentalisten, zoals de zowat 3.000 Chassidische Joden.

Hoe het voorts verder moet? Er moet gepraat worden. Daar kan geen discussie over zijn. De wederzijdse posities van de verschillende betrokken partijen moeten worden afgelijnd. Zo’n discussie zal lastig zijn en leiden tot wederzijdse verplichtingen. Daarom moet ze door een overheid worden gevoerd. Door een Vlaamse overheid, die ter zake nauwelijks bevoegdheden heeft? Door een Belgische, die niets kan afspreken namens de integratie in een gemeenschap, dat immers bij bepaling een gemeenschapsbevoegdheid is? Hoe kunnen de francofonen trouwens iets afspreken dat voor het taalgebruik in Vlaanderen geldt? Dus dreigt het niet te gebeuren. Zoals altijd.

 

 

Jaak Peeters

 

 

 

 

Dit artikel is eerder verschenen in “Het Verbond” jrg 15, nr 8, oktober 2003 (een uitgave van Nationalistisch Verbond

Nederlandse Volks­beweging) en met toestemming van de betreffende redactie en de auteur alhier geplaatst.



[1] Omdat ze zichzelf zo noemen, zal ik dat voortaan ook doen.

[2] Het zal duidelijk worden dat hetzelfde bij uitbreiding geldt voor alle autochtonen in heel Europa en Amerika.

[3] De volledige referentie luidt: Dyab Abou Jahjah. Wij zijn hier en wij blijven hier. In Bob van den Brock en Marie-Claire Foblets( red). Het Failliet van de Integratie. Het multiculturalismedebat in  Vlaanderen. Acco,Leuven/Leusden,2002, blz 118 –120, hierna aangeduid als FI. Het tweede, uitvoeriger stuk is: Dyab Abou Jahjah. Assimilatie of deportatie: Arabieren in Europa en hun strijd voor burgerrechten. In Vlaams Marxistisch Tijdschrift, juni 2003, blz. 6 –14, verder aangeduid als VMT.

[4] Een enkel eentalig Nederlands Vlaanderen is dus…discriminatie. U zult het verderop wel lezen.

[5] Avishai Margalit. De fatsoenlijke samenleving. Vertaling door Jan Willem Reitsma van The Decent Society, Van Gennep, 2001.

[6] Hij doet dat doorheen beide teksten bij herhaling.

[7] Nederland wordt nergens genoemd

[8] Het zou ons hier te ver voeren daarop in te gaan, maar Abou Jahjah maakt hier bewust (als U het mij vraagt) een denkfout: alles hangt immers af van de definitie van “mensenrechten” en “ basisrechten”. Voor volksnationalisten behoren volksrechten daar ook toe. Voor Abou Jahjah eigenlijk ook, zoals U zelf verder zult merken, maar hij past die rechten alleen op “zijn volk” toe, - niet op Vlaanderen of Nederland.

[9] Ook hierop te antwoorden vraagt een aparte bijdrage, maar wat de heer Abou Jahjah zegt is onhoudbaar. Nog nooit is er iemand in geslaagd te definiëren wat als privé-cultuur geldt en wat als openbare ‘religie’ (Shaw) geldt. Om daarvoor een redelijke oplossing te vinden hebben onze voorouders de dertigjarige oorlog  uitgevochten!

 

Terug naar Archief Heemland

terug naar Heemland 28, Ten geleide

terug naar Heemland 28, Heeft de AEL bestaansrecht in Nederland

 

Naar hoofdbladzijde  Heemland

 

naar Heemland 28, De moraliteit van het overleven