HEEMLAND 28 (kerst 2003)

 

OVER ARABIEREN EN EUROPEANEN

 

De laatste twee jaar is er in onze Lage Landen veel te doen met betrekking tot de Arabisch-Europese Liga, die zich onder aanvoering van Abu Jahjah Dyab eerst in België, enige tijd later ook in Nederland uitdrukkelijk is gaan manifesteren. De gebeurtenissen op en na 11 september 2001 hebben als aanjager gediend voor een snelle maatschappelijke polarisatie rond de oprukkende islamisering van Europa tussen enerzijds oorspronkelijke bevolking en anderzijds islamieten. Vlaams Blok in het Zuiden en Pim Fortuyn in het Noorden hebben van de zijde van de autochtone bevolking het vraagstuk op de politiek agenda geplaatst zodat zich nu ook anderen, waaronder zelfs de linkse elites, zich ten langen leste - na jarenlang bagatelliseren - volop met de betreffende gevaarlijke ontwikkelingen zijn gaan bekommeren. 

Vanuit de militant islamitische hoek is de zaak opgepakt door de AEL. Deze liga wil opkomen voor het maximaliseren van de rechten van islamieten in Europa, met dien verstande dat ze helemaal niet wil aansturen op integratie en in het verlengde ervan culturele assimilatie met de ontvangende westerse samenlevingen, maar juist op versterking van de Arabische identiteit van met name die islamitische immigranten die het Arabisch erkennen als hun gemeenschappelijke culturele schrijftaal, dat door hen beschouwd wordt als de uitverkoren taal omdat de Koran erin is opgesteld. De AEL richt zich tot allen die zich hierin kunnen vinden en wel ongeacht welke spreektaal ze bezigen en waarvandaan uit de wereld der islamitische gelovigen ze afkomstig zijn. Vooral onder Marokkanen is ze erg in trek.

Onderstaande twee artikelen gaan nader op de ideeënwereld en de machtsstrategieën van de AEL in. In zijn juridische vertoog betwijfelt Van der Gulik het bestaanrecht van de AEL in verband met haar opvattingen en werkwijze. Hierbij wijst hij ondermeer op de uitzonderlijke, niet-democratische origine en de navenante plaats en waarde die blijkens verklaringen binnen de Islam aan de begrippen ‘mensenrechten’ en ‘democratie’ gegeven worden. Jaak Peeters gaat in zijn artikel wel uit van de westerse betekenis van het begrip mensenrechten. Met verve hekelt hij het oneigenlijke opeisen van individuele mensenrechten in westerse zin, misbruik makend van de rechtsstatelijke bescherming die de immigranten genieten, voor het imperia­lis­tische streven van arabisch-islamitische machtsverwerving in Europa. (De redactie)

 

Heeft de AEL bestaansrecht in Nederland ?
Copyright © 2003  J.J. van der Gulik

 

Mr.drs. J.J. van der Gulik                                                                                                     Oktober 2003

 

Onderstaand artikel handelt in het bijzonder over de Arabisch-Europese Liga en is met toestemming van de auteur gelezen uit diens studie, getiteld:   

Het verbod van politieke partijen in Nederland: was het verbod van de NVP/CP’86 terecht en heeft de AEL bestaansrecht?

Politieke partijen vormen een belangrijke voorwaarde voor het goed functioneren van  de democratische staatsvorm. Zij selecteren kandidaten voor de verkiezingen, leveren kandidaten voor politieke en bestuurlijke functies binnen en buiten de partijen en geven de binnen de achterban levende politieke opvattingen weer. 

Het verbieden van een politieke partij betekent, dat naast de verenigingsvrijheid ook andere uitingsvrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van betoging en de vrijheid van vergadering, worden beperkt, daar deze uitingsvormen niet meer via de verboden politieke partij kunnen plaatshebben. Bovendien lopen partijleden bij een verbod het gevaar veroordeeld te worden wegens deelname aan een criminele organisatie (art. 140 Sr).

Door vermeende antidemocratische partijen uit te sluiten worden andersdenkenden uitgesloten en dat is juist datgene wat democratische partijen de vermeende antidemocratische partijen doorgaans verwijten.

In dictaturen wordt snel naar het wapen van een verbod gegrepen. Een democratie daarentegen dient er juist niet op gericht te zijn om anderen uit te sluiten maar om aan iedereen de mogelijkheid te bieden om te participeren in de democratische processen. Daarom is een verbod van een politieke partij mijns inziens alleen gerechtvaardigd, als de democratie zelf bedreigd wordt, of als een partij stelselmatig daadwerkelijk verhindert, dat anderen gebruik kunnen maken van hun democratische rechten.

In 1998 werd de NVP/CP’86 verboden en ontbonden. Het is echter de vraag of dat verbod terecht was. In § 9 zal deze vraag beantwoord worden.

Sinds enige tijd kennen we in Nederland het fenomeen van een Arabisch-Nationalistische Moslimpartij in de vorm van de AEL. Daarmee dient zich de vraag aan, of een dergelijke partij bestaansrecht heeft binnen de democratische rechtsstaat in Nederland. Deze vraag zal in § 10 aan de orde komen.

 

Alhier volgt paragraaf 10 van de studie:

De Arabisch-Europese Liga

Aan de hand van onder meer opvattingen van de direct bij de AEL betrokkenen en van het Europese Hof zal in deze paragraaf antwoord worden gegeven op de vraag, of de AEL bestaansrecht heeft.

De AEL en de sjaria

In een artikel gepubliceerd op de website van Trouw op 8 maart 2003 staan de volgende passages over Jahjah, de grote man van de AEL over de invoering van de sjaria (islamitische) wetgeving:

‘Wij wijzen de sharia niet af. Een moslim kan niet tegen de sharia zijn, want het is zijn plicht om hiernaar te streven. Alleen vinden wij dat je de sharia niet aan anderen moet opleggen. Je moet proberen haar langs democratische weg te verwerkelijken’….

en…

‘Hiernaar gevraagd, veroordeelt Jahjah de dreigende steniging van overspelige vrouwen in Nigeria. ‘Want daar genieten de burgers nog niet alle islamitische rechten’. Hij wijst er verder op, dat een ontrouwe vrouw volgens islamitisch recht niet zomaar mag worden gestenigd. Vier getuigen moeten de daad met eigen ogen hebben gezien. Dat soort waarborgen wordt vaak vergeten. Het beeld van islamitische wetten is gebaseerd op de excessen’. (117*).  

Jahjah vindt dus, dat een moslim moet streven naar de invoering van de sjaria. Die invoering zou dan via de democratische manier moeten plaatsvinden. Hij veroordeelde de steniging van de vrouw in Nigeria dan ook alleen, omdat de burgers daar nog niet alle islamitische rechten genieten.

In een brief gedateerd 8 juni 2003 verduidelijkt de AEL op haar site een aantal van haar standpunten. Zo wordt over het thema sjaria en mensenrechten gezegd

‘Mensenrechten vloeien voort uit de islam en zijn daarin vast verankerd. De waardigheid van de mens staat daarin centraal. De rechten die door Allah zijn verleend zijn onveranderlijk en onvervreemdbaar en zijn van toepassing op alle mensen; niemand heeft het recht daarop inbreuk te plegen of wijzigingen aan te brengen. Daarom staan zij boven menselijke wetten. Hierbij wordt inhoudelijk verwezen naar de Verklaring van Cairo over mensenrechten in Islam (1990). De verklaring van de Arabische Staten omtrent mensenrechten (1994) is hieraan complementair’ (118*). 

In dezelfde brief staat ook: De AEL streeft naar een islamitische samenleving, dat leeft naar de sjaria’.

De AEL stelt dus mensenrechten boven menselijke wetten en ontkent dus, dat mensen die mensen- rechten kunnen veranderen. Er wordt daarbij nadrukkelijk verwezen naar de Verklaring van Cairo over mensenrechten in Islam

De Cairo Declaration, waar hiervoor in de brief van 8 juni 2003 naar werd verwezen staat met dag- tekening 7 juli 2003 op de site van de AEL. De belangrijkste passages zijn:

The Cairo Declaration on Human Rights in Islam, 5 August 1990.

The Nineteenth Islamic Conference of Foreign Ministers (Session of Peace, Interdependence and Development), held in Cairo, Arab Republic of Egypt, from 9-14 Muharram 1411H (31 July to 5 August 1990),
(…). Agrees to issue the Cairo Declaration on Human Rights in Islam that will serve as a general guidance for Member States in the Field of human rights. Reaffirming the civilizing and historical role of the Islamic Ummah which Allah made as the best community and which gave humanity a universal and well-balanced civilization, in which harmony is established between hereunder and the hereafter, knowledge is combined with faith, and to fulfill the expectations from this community to guide all humanity’…en…’Believing that fundamental rights and
freedoms according to Islam are an integral part of the Islamic religion and that no one shall have the right as a matter of principle to abolish them either in whole or in part or to violate or ignore them in as much as they are binding divine commands, which are contained in the Revealed Books of Allah and which were sent through the last of His Prophets to complete the preceding divine messages and that safeguarding those fundamental rights and freedoms is an act of worship whereas the neglect or violation thereof is an abominable sin, and that the safeguarding of those fundamental rights and freedoms is an individual responsibility of every person and a collective responsibility of the entire Ummah’ (119*).
Oftewel,
‘De 19e islamitische conferentie van ministers van Buitenlandse zaken (bijeenkomst over vrede, onafhankelijkheid en ontwikkeling), gehouden in Cairo, in de Arabische republiek Egypte, van 31 juli tot 5 augustus 1990).
(…). Is het erover eens, dat de Verklaring van Cairo over de mensenrechten binnen de islam wordt uitgegeven, welke zal dienen als een algemene richtlijn voor de lidstaten op het gebied van de mensenrechten. Waarbij weer de beschavende en historische rol van de islamitische gemeenschap, die Allah maakte tot de beste gemeenschap en welke de mensheid een universele en goed gebalanceerde beschaving gaf, waarin harmonie werd gevestigd tussen het hieronder en hierna, kennis wordt gecombineerd met geloof, en voldaan wordt aan de verwachtingen uit deze gemeenschap om de gehele mensheid te leiden’….en…’In het geloof dat fundamentele rechten en vrijheden volgens de islam een integraal deel uitmaken van de islamitische religie en dat niemand het recht zal hebben, wat een kwestie van principes is, om ze geheel of gedeeltelijk af te schaffen, of ze te schenden of te ontkennen, daar het bindende goddelijke bevelen zijn, die zijn opgenomen in de geopenbaarde boeken van Allah en die werden verspreid door de laatste profeet om de voorafgaande goddelijke boodschappen compleet te maken en dat het bewaken van die fundamentele rechten en vrijheden een daad is van godsdienstbeoefening, terwijl de verwaarlozing of schending daarvan een onvergeeflijke zonde is en dat het bewaken van die fundamentele rechten en vrijheden een individuele verantwoordelijkheid is van ieder persoon en een collectieve verantwoordelijkheid van de gehele gemeenschap’.

Het gaat dus om bindende goddelijke bevelen, waar niet aan getornd mag worden. De mensenrechten op grond van de verklaring van Cairo zijn opgenomen in ruim 20 artikelen, waarin veelvuldig wordt verwezen naar de sjaria, bijvoorbeeld in de art. 19, 22 en 23, waarvan de belangrijkste passages hieronder staan. En om er absoluut geen misverstand over te laten bestaan, dat mensenrechten uit- sluitend gelden als ze in overeenstemming zijn met de sjaria staat dan nog in de artikelen 24 en 25 te lezen, dat alle rechten en vrijheden in de Verklaring onderworpen zijn aan de sjaria en dat de sjaria de enige bron voor de interpretatie of opheldering van de artikelen is.

ARTICLE 19:
‘(d) There shall be no crime or punishment except as provided for in the Shari'ah’.
Oftewel,
‘(d) Er zal geen misdaad of bestraffing zijn behalve die op grond van de sjaria’.

ARTICLE 22:
'(a)   Everyone shall have the right to express his opinion freely in such manner as would not be contrary to the principles of the Shari'ah.
Oftewel,
‘(a) Iedereen zal het recht hebben om zijn mening vrij te uiten op een wijze, die in tegenspraak is met de principes van de sjaria’.

ARTICLE 23:
‘(b) Everyone shall have the right to participate, directly or indirectly in the administration of his country's public affairs. He shall also have the right to assume public office in accordance with the provisions of Shari'ah’.
Oftewel,
‘(b) Iedereen zal het recht hebben om deel te nemen direct of indirect in he bestuur aangaande de publieke aangelegenheden van zijn land. Hij zal ook het recht hebben om in openbare dienst te treden overeenkomstig de bepalingen van sjaria’.

ARTICLE 24:
‘All the rights and freedoms stipulated in this Declaration are subject to the Islamic Shari'ah’
Oftewel,
‘Alle rechten en plichten overeengekomen in deze Verklaring zijn onderworpen aan de islamitische sjaria’.

ARTICLE 25:
‘The Islamic Shari'ah is the only source of reference for the explanation or clarification of any of the articles of this Declaration’
(120*)
Oftewel,
‘De islamitische sjaria is de enige bron waarnaar verwezen kan worden voor de toelichting of opheldering van een artikel in de Verklaring’ .

Door de expliciete verwijzing door de AEL naar de Verklaring van Cairo en door de daarin opgenomen mensenrechten boven menselijke wetten te stellen blijkt overduidelijk, dat de AEL de mensenrechten, die het gevolg zijn van menselijke wetten en die niet in overeenstemming zijn met de sjaria, niet accepteert als mensenrechten. Bij die menselijke wetten gaat het doorgaans om wetten die tot stand zijn gekomen middels democratische procedures. De AEL wijst die democratische procedures dus feitelijk af.

Het Europese Hof en de sjaria

Het Europese Hof vind de sjaria de tegenpool van democratie in die zin dat het is gebaseerd op dogmatische waarden en het tegendeel is van de suprematie van de rede en van de opvattingen over vrijheid, onafhankelijkheid en het ideaal van het humanisme ontwikkeld in het licht van de wetenschap.

De dogma’s en goddelijke regels van de sjaria zijn vastgelegd in de religie, en zijn vast en onver- anderlijk. Principes zoals pluralisme op politiek gebied of de constante evolutie van publieke vrijheden hebben er geen plaats in. Een regime gebaseerd op de sjaria wijkt duidelijk af van de waarden in het EVRM.

Naar de mening van het Hof kan een partij waarvan de activiteiten erop schijnen te zijn gericht om de sjaria te introduceren in een staat, die partij is bij het Verdrag nauwelijks worden gezien als een ver- eniging met een democratisch ideaal, dat aan het gehele Verdrag ten grondslag ligt.

Tijdens de bespreking van de zaak tegen de Welvaartspartij kwamen deze opvattingen van het Europese Hof naar voren.

Eerste reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland.

Door de islamitische onveranderlijke mensenrechten boven menselijke wetten over de mensen- rechten op grond van democratische procedures te stellen verwerpt de AEL daarmee die demo- cratische procedures. De AEL streeft ook een samenleving na, die is gebaseerd op sjaria. Zo’n partij kan volgens het Europese Hof nauwelijks worden gezien als een vereniging met een demo- cratisch ideaal. Het Europese Hof ziet sjaria dan ook als tegenpool van democratie. Daarom kan geconcludeerd worden, dat de eerste reden, op basis waarvan de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland, de opvattingen over sjaria betreffen.

Sjoera en democratie

Jahjah streeft naar een sjoerademocratie zoals die was ten tijde van de eerste kaliefen. De sjoerademocratie is gebaseerd op een consultatieverplichting op basis van de sjaria. Dat blijkt onder meer uit een artikel in de Belgische krant De Standaard. In een interview met Gilbert Roox in die krant van 12 oktober 2003 laat Jahjah zich op de volgende wijze uit over de sjoerademocratie:

‘Wij willen een democratie gebaseerd op het islamitische sjoerabeginsel: de leider moet gekozen worden door de gemeenschap, zoals het in de tijd van de eerste kaliefen was’ (121*).   De tijd van de eerste kaliefen speelt zich af in de begintijd van de middeleeuwen. Bepaald geen verlichte periode………..

Dr. M.A. Muqtedar Khan, Director of International Muslim Studies en assistant professor of Political Science op het Adrian College in Michigan heeft in een artikel ‘Shura and Democracy’ de wezenlijke verschillen tussen de sjoerademocratie en de westerse democratie aangegeven:

‘It is in my sense that shura and democracy differ in three basic ways:
1 ) Unlike shura democracy allows modification of foundational texts. You can amend the constitution but not the Quran or the Sunnah. While on the face of it this does not seem like a problem, since Muslims are by definition supposed to accept the primary sources of Islam. In practice one is not dealing with the sources but the medieval interpretations of these sources and shura is for all purposes subordinated to the past understanding of Islamic texts.
2) Shura remains non-binding while democratic process and laws are binding and can only be reversed through a democratic process and not by unilateral and oligopolistische processes.
3) The way shura is discussed in Islamic discourses, it seems to me that it is something that the leader/ruler initiates and is expected to do. Shura is the leader consulting some people, it is not clearly whom, scholars, relatives, or the entire Ummah. Will women be consulted too? How about gays and lesbians and non-Muslims. Maybe people of these ‘types’ can be labeled as
legal and illegal aliens’, 25 millions are in de US, and legitimately excluded from the Shura. This issue needs to be explored and clarified. In a democracy on the other hand is people consulting among themselves about who will govern and how. Notice how shura is top-down and democracy bottom-up’ (122*).
Oftewel,

‘Naar mijn gevoel verschillen de sj
oera en democratie op drie fundamentele manieren:
1
).Anders dan de sjoera staat democratie de wijziging van fundamentele teksten toe. Je kunt de Grondwet verbeteren maar niet de Koran of de Soenna. Terwijl op het eerste gezicht dit geen probleem lijkt, daar moslims per definitie worden geacht de basisbronnen van de islam te accepteren. In de praktijk heeft men echter niet te maken met de bronnen maar met de middeleeuwse interpretaties van deze bronnen en sjaria is bij alle doeleinden ondergeschikt aan de historische interpretatie van islamitische teksten.
2
).De sjoera blijft niet bindend, terwijl democratische processen en wetten bindend zijn en alleen kunnen worden herzien door een democratisch proces en niet door eenzijdige en oligopolistische processen.
3
).De manier waarop de sjoera wordt bediscussieerd in islamitische verhandelingen, geeft mij het idee, dat het iets is, wat door de leider/heerser wordt geïnitieerd en wat hij ook wordt geacht te doen. Bij de sjoera consulteert de leider sommige mensen, het is niet duidelijk wie, studenten, familieleden of de gehele Umma (wereldgemeenschap van moslims). En zullen de vrouwen ook geconsulteerd worden? En wat gebeurt er met homo’s, lesbiennes en niet-moslims. Misschien kunnen deze ‘soorten’ worden geclassificeerd als ‘legale of illegale’ vreemdelingen’, er zijn er 25 miljoen van in de VS, en volgens de wet uitgesloten van de sjoera. Dit punt dient te worden onderzocht en opgehelderd. In een democratie aan de andere kant consulteren de mensen elkaar over wie er zal regeren en hoe. Zie dus hoe de sjoera van boven naar beneden werkt en democratie van beneden naar boven’.

De sjoera is dus in tegenstelling tot fundamentele teksten binnen een westerse democratie onveranderlijk. De sjoera is niet bindend in tegenstelling tot het resultaat van het besluitvormingsproces binnen de westerse democratie. De sjoera werkt van boven naar beneden en de westerse democratie van beneden naar boven. Sjoerademocratie en westerse democratie verschillen dan ook fundamenteel van elkaar.

De sjoera doet denken aan het fascisme ‘gezag van boven naar beneden, verantwoordelijkheid van beneden naar boven’.

Tweede reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland.

De AEL streeft een staatsvorm na, die fundamenteel verschilt van die van het concept van een westerse democratie. Die staatsvorm is gebaseerd op de sjoera. Het Europese Hof ziet zoals bekend sjoera als tegenpool van democratie. Het Europese Hof vindt, zoals bleek in de zaak tegen de Welvaartspartij, dat een politieke partij mag ijveren voor een verandering van wetgeving of de wettelijke en constitutionele basis van de staat op twee voorwaarden: (…) (2) de voorgestelde verandering zelf moet in overeenstemming zijn met fundamentele democratische principes.
De voorgestelde sjoerademocratie is niet in overeenstemming met de fundamentele democratische principes. Dit is de tweede reden, waarom de AEL in Nederland geen bestaansrecht heeft.

Vertegenwoordiging van de Arabische Natie

In een brief aan de leden van de AEL op de site van de AEL van 13 juni 2003, waarin hij zichzelf ‘federal president’ noemt, schrijft Jahjah nog eens over de ideologie van de AEL:

‘The ideology of the AEL is the result of a synthesis between two political movements: the Arab Nationalist and the Islamist. The AEL ia an Arab National movement with a Muslim-democratic project for society. This vision is outlined in the Ideological note that is included with this text. That note was approved in the Congress of AEL in the Netherlands at the end of May 2003’ (123*).  Oftewel,
‘De ideologie van de AEL is het resultaat van een synthese tussen twee politieke bewegingen: de Arabisch Nationalistische en de Islamitische. De AEL is een Arabisch Nationale beweging met een Moslim-democratisch project voor de samenleving. Deze visie is uitgewerkt in de Ideologische nota, bij deze tekst is opgenomen. Die nota was goedgekeurd op het Congres van de AEL in Nederland eind mei van dit jaar’.

En over het uiteindelijke doel van de AEL

‘The Arab Federal State under Al Shoura is our ultimate goal’ (124).
Oftewel, 
'De Arabische Federale Staat op basis van de sjoera is ons uiteindelijke doel'

De realisering van de Arabische Federale Staat op basis van sjoera en dus van een niet democratische staat is dus het uiteindelijke doel van de AEL Dat ligt ook redelijk in lijn met de volgende tekst uit het Partijprogramma voor de periode 2003-2005:

‘De AEL richt zich tot alle Arabieren en moslims, met name jongeren en de 2e en 3e generaties. De AEL heeft als voornaamste reden van bestaan de bevordering en verdediging van:

De belangen van de Arabische en Islamitische immigranten gemeenschappen in Europa; De belangen van de Arabische en Islamitische wereld’. (125*).

In het partijprogramma staat dus, dat de AEL niet op het bevorderen of verdedigen van Belgische belangen, of van andere nationale belangen binnen Europa is gericht, maar op die van de Arabische en Islamitische immigranten-gemeenschappen in Europa en die van de Arabische en Islamitische wereld. Kan men bij de Arabische en islamitische immigranten-gemeenschappen in Europa nog denken aan Europese belangen. Bij de belangen van de Arabische en Islamitische wereld is een dergelijke gedachte toch echt teveel gevraagd. Gekoppeld aan het uiteindelijke doel van de AEL om een Arabische Federale Staat te stichten op basis van sjoera kan gezegd worden, dat de AEL primair gericht is op de belangen van buiten-Europese machten.

Het concept van een democratie is gebaseerd op volksvertegenwoordiging. Het idee van de volksvertegenwoordiging houdt in, dat het volk vertegenwoordigd wordt van het land, waar men als volksvertegenwoordiger een mandaat van heeft verkregen. Als dan blijkt, dat men zich niet richt op de vertegenwoordiging van het land, waar men het mandaat voor heeft gekregen op nationaal niveau of Europees niveau, dat geldt als een supranationaal verbond van staten, maar de belangen van buiten-Europese machten kan men toch in gemoede niet volhouden, dat er sprake is van een volksvertegenwoordiger. Daarmee maakt men misbruik van het verkregen mandaat.

De belangen van die buiten-Europese machten kunnen zelfs haaks staan op de belangen van de Europese landen en die van Europa als geheel. Dat is des te meer een probleem ingeval van grote spanningen tussen Europa en de buiten-Europese machten. En het kan toch niet ontkend worden, dat die grote spanningen nu bestaan tussen de westerse en de Arabische en de islamitische wereld

Derde reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland

Een partij, die erop gericht is om misbruik te maken van het democratische mandaat is bezig dat concept van een democratische staat in de kern aan te tasten. Daarmee tast men de democratische principes aan. Zoals meermalen is gebleken gaat de bescherming van het Europese Hof. Wanneer democratische principes worden verworpen, dan houdt de bescherming van het Europese Hof op. Door het misbruik van het democratische mandaat heeft de AEL dan ook geen recht op bescherming van het EVRM. Dit is de derde reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland.

Het idee van de Arabische Natie is overigens bepaald niet onbekend binnen de Arabische wereld. De partij van Saddam Hoessein in Irak was een partij, die de Arabische Natie nastreefde. Ook de partij van Assad in Syrië, die daar de macht heeft, streeft daar naar.

De Nation of Islam

De Nation of Islam werd in het midden van de jaren dertig opgericht door Wallace D. Fard. Hij werd geïnspireerd door Booker T. Washington en Marcus Garvey, die in de jaren daarvoor de onafhankelijkheid van zwarte Amerikanen hadden geëist. Volgens Fard waren blanken duivels die moesten worden vernietigd. Fard werd in de late jaren vijftig opgevolgd door Elijah Muhammad. Muhammad noemde zichzelf de profeet van Allah en pleitte voor een traditionele, soennitische islam.  De nazaten van slaven zouden een eigen staat of territorium moeten krijgen en 25 jaar lang financieel gesteund worden door de Amerikaanse regering. Muhammad geloofde niet, dat zwarten na vierhonderd jaar onderdrukking nog met blanken konden samenleven. Met de opkomst van Malcolm X in de jaren vijftig groeide de Nation naar 40.000 aanhangers. Na de moord op Malcolm X en de dood van Elijah Muhammad in 1975 viel de beweging uiteen in talloze splintergroeperingen. Aan de crisis kwam een einde toen in 1978 Louis Farrakhan de macht in handen kreeg. Net als zijn voorganger Elijah Muhammad streeft Louis Farrakhan naar een onafhankelijke, zwarte Amerikaanse staat. Ook hij eist herstelbetalingen van de Amerikaanse regering vanwege de slavernij en de onderdrukking. Farrakhan nam het driejarenplan van Elijah Muhammad over, dat voorziet in een planning om zwarte Amerikanen economisch onafhankelijk en zelfvoorzienend te laten worden. (126*).  

Jahjah ziet Malcolm X als voorbeeld. Malcolm X werd door aanhangers van de Nation of Islam doodgeschoten. Van een andere hier genoemde leider van de Nation of Islam Farrakan is hij minder een bewonderaar, omdat die de blanke als duivel ziet. Farrakhan ziet de zwarte ook als superieur aan de blanke.

De basis van de Nation of Islam is racistisch en sterk op segregatie gericht. De Nation of Islam wil met de rug naar de blanken gaan staan en men wil een eigen staat. Een totalitaire groepering met een racistische denkwereld als de NVU kon volgens het Europese Hof geen bescherming ontlenen aan het EVRM.(zie § 4).

Jahjah zelf ontkent echter een racist te zijn, Zo gaf hij als antwoord tijdens een interview op de vraag ‘U heeft een boek in de kast over Malcolm X. Is hij uw voorbeeld?’ ‘Ja meer dan Louis Farrakhan van de Nation of Islam. Want die zegt: ‘The white man is the devil’. Ik maak geen onderscheid tussen rassen’ (127*).

Vierde reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland

Jahjah zegt minder een bewonderaar te zijn van Farrakhan. Meer afstand neemt hij niet van de Nation of Islam. Dus het grootste deel van het gedachtengoed van de vroegere leider ervan en de Nation of Islam zal hij onderschrijven. Dat betekent, dat hij het idee van een eigen staat op etnische grondslag steunt, waarbij de blanken de rug wordt toegekeerd. Blijkbaar wil men in die staat geen blanken hebben, of invloed laten hebben. Daarmee steunt de AEL een racistische politiek. Gezien ook de antidemocratische staatsvorm sjoera, die men nastreeft, komt de casus dicht in de buurt van die van de Nederlandse Volks-Unie (NVU), waarbij het Europese Hof stelde, dat de NVU geen recht op bescherming aan het EVRM kon ontlenen.

Mogelijk heeft Jahjah in gedachte om ook in Europa iets dergelijks na te streven als de Nation of Islam in Amerika.

Overigens luidt de titel van het interview waar het citaat over Malcolm X uit afkomstig is ‘Wij zijn meer Belg dan de Vlaams-Blokkers’. Gezien het feit, dat de AEL zich richt op de Arabische en islamitische gemeenschappen in Europa en op de Arabische en Islamitische wereld buiten Europa is die opvatting van Jahjah nogal curieus.

De AEL en geweld

In een toespraak op een internationaal symposium over terrorisme en mensenrechten, dat van 26 tot 28 januari 2002 werd gehouden in Cairo zei Jahjah: 

‘In the neighbourhoods where Arabs and Belgians live next to each other, the tension is raising and a storm is looming on the horizon. This time when the wind will blow, the 1991 riots will look like a fresh breath on a sunny morning'(128*). 
Oftewel,
'In de wijken waar Arabieren en Belgen naast elkaar leven is de spanning aan het toenemen en een storm dreigt aan de horizon. Deze keer, als de wind zal waaien, zullen de rellen van 1991 er uit zien als een frisse bries op een zonnige morgen’.

Uit een artikel in de NRC van 23 november 2002, waar ook hiervoor al naar werd verwezen, blijkt, dat hij een artikel in de Egyptische krant Al Ahram heeft gepubliceerd, waarin hij schreef, dat de mos- lims in Europa blij waren met de aanslag op de WTC in New York:

Zoals een artikel dat hij in de Egyptische krant Al Ahram had gepubliceerd, waarin hij schreef dat de moslims in Europa blij waren met de aanslag op de WTC in New York’ (129*).

In een artikel in HP/DE TIJD van 4 december 2002 van Ed Croonenberg zei Jahjah over Osama Bin Laden: “Hij is een extremist, geen bandiet. Hij gebruikt gewoon alle middelen om zijn doel te bereiken.”…en… ‘ Wel had ik liever gehad dat op elf september met lege vliegtuigen tegen het Pentagon en het Witte Huis was gevlogen. Dat zou ik zeer mooi hebben gevonden en zeer legitiem. Amerika is de vijand van mijn volk.”. En op de vraag of hij het legitiem vindt om de Israëlische premier Ariël Sharon te vermoorden, antwoordt Abou Jahjah: “Ik denk van wel. Want hij heeft, in tegenstelling tot Fortuyn, bloed aan zijn handen. Duizenden onschul- dige levens.”. En op de vraag of hij ook het gebruik van wapens niet uitsluit antwoordde hij: “Dat heb ik in Libanon allang gedaan” (130*).

Over de vice-voorzitter van de AEL Nederland Naïma Elmaslouhi staat in een column van Frits Abrahams op 3 maart 2003 te lezen:

‘Een journalist herinnert Naïma Elmaslouhi aan haar uitspraak dat zij de antisemitische leus ‘Hamas, Hamas, joden aan het gas’ niet afkeurt. ‘Die uitspraak heb ik niet gedaan’ zegt ze nu (…), De journalist Ahmet Olgun, die de uitspraak heeft opgetekend, luistert belangstellend toe. Hij weet wel beter’ (131*). 

Het bestuurslid Jamil Jawad van de AEL Nederland heeft in het TV programma 2 Vandaag gezegd, dat hij de zelfmoordaanslagen van de Palestijnen een gewettigd middel vindt in de strijd tegen Israël. Ook weigerde hij zijn afkeuring uit te spreken over de ‘leuze Hamas, Hamas, joden aan het gas’. Jawad was toen interimvoorzitter (132*). 

Het bestuurslid Marmouch kon het oprichtingscongres van de AEL in mei niet bijwonen, omdat hij in hechtenis genomen was in verband met diefstal met geweld en handel in gestolen computers (133*). Over Marmouch staat in de hiervoor al aangehaalde column van Frits Abrahams te lezen:

‘Dan brengt ook Marmouch zichzelf in het nauw.‘Wij zien liever dat de Amerikanen in plastic zakken naar Washington worden teruggebracht dan dat ze in Irak de baas spelen’ (134*).

Het laatste bestuurslid Achamrouk is er in de publiciteit nog redelijk ongeschonden vanaf gekomen, maar hij is dan ook pas 23 jaar.

Cheppih was maandenlang de beoogde voorzitter van de AEL Nederland. Door aanhoudende kritiek op zijn persoon trok hij zich in samenspraak met het bestuur terug als kandidaat-voorzitter. Wel blijft hij betrokken bij de AEL. Hij was toen directeur van de Moslim Wereld Liga, waarover in het jaarver- slag van de AIVD over 2002 te lezen valt:

‘Van enkele NGO’s is echter bekend dat zij gedomineerd worden door personen die een ultra orthodoxe vorm van de islam aanhangen en zich integratiebelemmerend opstellen. Een van de belangrijkste islamitische NGO’s, Moslim Wereld Liga, heeft als belangrijkste doelstelling de verspreiding van de islam en het bevorderen van de eenheid en solidariteit van moslims’ (135*). En in een interview in het Parool op 26 april 2003 zegt Cheppih, dat hij ‘ontzettend veel respect heeft voor de leefstijl’ van Osama Bin Laden (136*).

En in een interview in de Gelderlander op 18 april 2003 staat: ‘Zijn vader, Achmed Cheppih stond aan de wieg van de islamitische stichting Al-Waqf al Islami. Deze stichting werd door de AIVD in haar jaarverslag over 2000 aangeduid als een radicale door Saudi-Arabië gefinancierde organisatie die de integratie van moslims in Nederland frustreert.. ‘Mijn vader is mijn inspiratiebron’, reageert Cheppih.

..en…’Deze week nog werd in de Wall Street Journal een link gelegd tussen terrorisme en de familie Cheppih’. Bovendien staat in het interview, dat de Moslim Wereld Liga nauw verbonden is met de IRO, die door de VS in verband wordt gebracht met Al-Quaïda. Het geld komt daarbij uit Saudi-Arabië. Ook zegt Ceppih in dat interview, dat de zelfmoordacties in Israël legitiem kunnen zijn. Het bestuurslid Marmouch, waar hiervoor over werd gesproken reageerde toen met te zeggen, dat die acties ‘puur legitiem’ zijn (137*).  

Vijfde reden waarom de AEL geen bestaanrecht heeft in Nederland

Gezien het overmatige begrip voor terroristische aanslagen, het feit, dat Jahjah zelf aangaf eerder wapens te hebben gebruikt en het feit, dat bestuursleden felle antisemitische uitingen niet afkeurden zal het Europese Hof geen bescherming willen verlenen aan de AEL.
Een politieke partij, waarvan de leiders aanzetten tot het gebruik van geweld, of een politiek voorstellen die niet voldoet aan een of meer van de regels van een democratie of is gericht op de vernietiging van de democratie en inbreuk maakt op de rechten en vrijheden toegekend onder een democratie kan geen recht claimen op bescherming van het EVRM.


Conclusies over het bestaansrecht van de AEL in Nederland

Eerste reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland

Door de islamitische onveranderlijke mensenrechten boven menselijke wetten over de mensen- rechten op grond van democratische procedures te stellen verwerpt de AEL daarmee die demo- cratische procedures. De AEL streeft ook een samenleving na, die is gebaseerd op sjaria. Zo’n partij kan volgens het Europese Hof nauwelijks worden gezien als een vereniging met een demo- cratisch ideaal. Het Europese Hof ziet sjaria dan ook als tegenpool van democratie. Daarom kan geconcludeerd worden, dat de eerste reden, op basis waarvan de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland, de opvattingen over sjaria betreffen.

Tweede reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland

De AEL streeft een staatsvorm na, die fundamenteel verschilt van die van het concept van een westerse democratie. Die staatsvorm is gebaseerd  op de sjaria. Het Europese Hof ziet zoals bekend sjaria als tegenpool van democratie. Het Europese Hof vindt, zoals bleek in de zaak tegen de Welvaartspartij, dat een politieke partij mag ijveren voor een verandering van wetgeving of de wettelijke en constitutionele basis van de staat op twee voorwaarden: (…) (2) de voorgestelde verandering zelf moet in overeenstemming zijn met fundamentele democratische principes. 
De voorgestelde sjoerademocratie is niet in overeenstemming met de fundamentele democratische principes. Dit is de tweede reden waarom de AEL in Nederland geen bestaansrecht heeft.

Derde reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland

Een partij, die erop gericht is om misbruik te maken van het democratische mandaat is bezig dat concept van een democratische staat in de kern aan te tasten. Daarmee tast men de democratische principes aan. Zoals meermalen is gebleken gaat de bescherming van het Europese Hof. Wanneer democratische principes worden verworpen, dan houdt de bescherming van het Europese Hof op. Door het misbruik van het democratische mandaat heeft de AEL dan ook geen recht op bescherming van het EVRM. Dit is de derde reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland.  

Vierde reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland

Jahjah zegt minder een bewonderaar te zijn van Farrakhan. Meer afstand neemt hij niet van de Nation of Islam. Dus het grootste deel van het gedachtengoed van de vroegere leider ervan en de Nation of Islam zal hij onderschrijven. Dat betekent, dat hij het idee van een eigen staat op etnische grondslag steunt, waarbij de blanken de rug wordt toegekeerd. Blijkbaar wil men in die staat geen blanken hebben, of invloed laten hebben. Daarmee steunt de AEL een racistische politiek. Gezien ook de antidemocratische staatsvorm sjoera, die men nastreeft, komt de casus dicht in de buurt van die van de NVU, waarbij het Europese Hof stelde, dat de NVU geen recht op bescherming aan het EVRM kon ontlenen.

Vijfde reden waarom de AEL geen bestaansrecht heeft in Nederland

Gezien het overmatige begrip voor terroristische aanslagen, het feit, dat Jahjah zelf aangaf eer- der wapens te hebben gebruikt en het feit, dat bestuursleden felle antisemitische uitingen niet afkeurden zal het Europese Hof geen bescherming willen verlenen aan de AEL.

Een politieke partij, waarvan de leiders aanzetten tot het gebruik van geweld, of een politiek voorstellen die niet voldoet aan een of meer van de regels van een democratie of is gericht op de vernietiging van de democratie en inbreuk maakt op de rechten en vrijheden toegekend onder een democratie kan geen recht claimen op bescherming van het EVRM.

 

Mr.drs. J.J. van der Gulik,

october 2003

Copyright © 2003  J.J. van der Gulik

Het copyright berust bij de auteur; niets uit dit artikel mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder diens voorafgaande toestemming.  

 

 

 

Terug naar Archief Heemland

terug naar Heemland 28, Ten geleide

terug naar Heemland 28: Arie van der Zwan "De uitdaging van het populisme" 
met als centrale vraag:
Kan het socialisme de verarming van de lagere middenklasse uitbaten ?

 

Naar hoofdbladzijde  Heemland

 

naar Heemland 28, Abou Jahjah is niet gek