Heemland 25 (kerst 2002)

 

Een economische blik op immigratie

Omdat economie de wetenschap van de keuze is, kan immigratie ook vanuit dit standpunt bezien worden. In de politiek en in de media wordt dit vrijwel nooit gedaan; altijd heeft men een (subjectief-sentimenteel/ Red) humane, ethische of juridische blik als het om dit vraagstuk gaat. Pieter Lakeman was één van de eersten en één van de weinigen die macro-economische aandacht gaf aan de immigratie die vanaf eind jaren zestig gestalte kreeg. Zijn boek "Binnen zonder kloppen" (1999) gaf een onthutsende kijk op de werkelijkheid (inclusief de slecht onderbouwde keuzes van politici) en schatte totdien de economische schade inclusief rente op circa 140 miljard gulden netto-cumulatief. Impliciet heeft de politiek dus 30 jaar lang de keuze gemaakt om mensen binnen te halen, terwijl een debat ten parlemente over de voor- en nadelen hiervan tot op heden uitbleef. Een nadeel kan bij voorbeeld zijn dat dit schade-bedrag niet kon worden besteed aan ontwikkelingshulp of aan lastenverlichting voor de nederlanders.

In het economenblad ESB (Economisch Statistische Berichten, 20 sep '02, blz. 669-771) is recentelijk opnieuw aandacht gevraagd voor de economische aspecten van immigratie. Auteur Ard Schilder, werkzaam bij het ministerie van Financiën, heeft Ďklinischí kritisch gekeken naar de inburgeringscursussen die ons land sind enige jaren organiseert voor nieuwkomers en oudkomers. Zijn artikel bevat belangrijke cijfers en niet zulke gunstige conclusies. De belangrijkste conclusie is dat we eigenlijk geen enkel zicht hebben op de resultaten van deze cursussen en dat we eveneens niets doen aan immigranten die uitvallen, afvallen of het gewenste eindniveau niet halen. Nog veel ernstiger vond ik dat dit eindniveau niet landelijk is vastgesteld, maar wordt overgelaten aan gemeenten; dus met andere woorden gezegd hangt het van de gemeente af wat de immigrant na de cursus weet !
Zoals zo vaak zijn politici altijd druk bezig met het doen van voorstellen en het presenteren van ideeën, maar vervolgens is er vrijwel niemand die kijkt of deze ook tot enig resultaat leiden (een uitzondering hierop is de Algemene Rekenkamer). Het inburgeringsbeleid kost ons jaarlijks 230 miljoen euro, maar de effectiviteit ervan blijkt dus niet waarneembaar te zijn.
Vanuit economisch oogpunt valt nog iets anders op: gemeenten zijn zowel geld-ontvanger als uitvoerder van de inburgeringscursussen; bovendien hebben de ROCís (Regionaal Opleidings Centra) een bijna-monopolie op deze cursussen; want er bestaan bijna geen andere aanbieders, en gemeenten zoeken ook niet actief hiernaar. Elke econoom weet wat dat betekent: er zijn voor de ROCís dus geen prikkels om te komen tot een efficiënt, kostenbewust aanbod en tot kwalitief optimale cursussen en examen-prestaties. Gemeenten worden slechts afgerekend op het aantal verrichte toetsen maar niet op de resulaten van die toetsen.
Immigranten die de ROC-toets niet halen of gedurende de cursus uitvallen, ondervinden doorgaans geen enkele sanctie. Het gehele inburgeringssysteem is dus economisch en kwalitatief volstrekt onverantwoord; immers de drie betrokken partijen (immigranten, gemeenten en ROCís) hebben nu geen enkel belang bij een efficiënte besteding van belastinggeld en hebben geen enkele prikkel om te komen tot goede resultaten.
Tot overmaat van ramp constateert beleidsmedewerker Schilder dat de organisatie van het gehele inburgeringssysteem op Rijksniveau volledig is versnipperd; er zijn te veel departementen bij betrokken, hetgeen een flexibele en krachtdadige organisatie en financiering ernstig belemmert. Wederom blijkt dat de geïmporteerde multicul niet uitsluitend (ofwel weinig tot geen/ Red) voordelen heeft, zoals sommige politieke partijen ons willen doen geloven.

 

Alphons Mantel (docent economie), 25 september 2002

 

 

terug naar hoofdblad heemland

terug naar Heemland 25, Ten geleide

naar Heemland 25, Wat is er mis aan multiculturaliteit ? of Volkbesef als kernwaarde

naar Heemland 25, Partijpolitieke warboel