HEEMLAND 25 (kerst 2002)

 

De doodstraf ter discussie

"Als een Taliban een bom onder een kleuterschool heeft gelegd, dan is er op zedelijke gronden iets voor te zeggen om die man te folteren als je daarmee die bom kunt ontdekken."

"En als Hitler de doodstraf zou hebben gekregen, of Bin Laden in de VS, dan heb ik daar geen problemen mee. Voor bepaalde niet-corrigeerbare figuren blijft maar één ding over: kill, kill, kill zoals Shaw zei. Die mensen kunnen zich niet op hun intrinsieke waarde als mens beroepen."(1)

Paul Cliteur

Op 11 juni 2001 werd in de Amerikaanse staat Indiana Timothy McVeigh terechtgesteld. In binnen- en buitenland gaf dit opnieuw aanleiding tot felle discussies over de doodstraf. In tegenstelling tot de Europese opiniemakers zijn de meeste Amerikanen voor de doodstraf: slechts een kleine minderheid durfde te pleiten tegen het doden van de man die met zijn bomaanslag in 1995 een einde maakte aan de levens van maar liefst 168 mensen. Begin 2002 schoot Richard Durn vanaf de tribune in de raadszaal van het Franse Nanterre een groot aantal gemeenteraadsleden dood, onder wie diverse jonge ouders met kinderen. Enkele weken na het drama in het Duitse Erfurt zal u niet zijn ontgaan dat een zekere Volkert van der Graaf op 6 mei 2002 doelbewust de Nederlandse democratie om zeep hielp.

En het gaat helaas maar door: de sluipschutters in de Verenigde Staten, de gruwelmoord op René Steegmans.… enzovoorts. De verontwaardiging in de media werd slechts overtroffen door de huichelachtige opwinding toen demissionair minister en LPF-lijsttrekker Nawijn het onlangs waagde om te pleiten voor herinvoering van de doodstraf.(2). Natuurlijk heeft premier Balkenende strikt genomen gelijk wanneer hij stelt dat een minister rekening dient te houden met regeringsstandpunten, en daar niet zomaar ‘als persoon’ van af kan wijken. Die kritiek was op zich terecht, maar daar bleef het helaas niet bij: Nawijn zou zich buiten de discussie hebben geplaatst, en zijn uitspraken werden door sommigen zelfs bestempeld als ‘verschrikkelijk’ en ‘onbeschaafd’. Louter electorale overwegingen lagen ten grondslag aan het feit dat geen motie van wantrouwen tegen hem werd ingediend: hij zou daar, zo vreesden velen, wel eens politiek garen bij hebben kunnen spinnen tijdens de verkiezingen. De reacties van politiek-correct Den Haag waren ronduit schokkend en getuigden van een gebrek aan respect voor medemensen met een afwijkende mening. Traditiegetrouw deden de media hierin enthousiast mee.

Het was in maart 1952 dat in Nederland voor het laatst iemand gerechtelijk ter dood werd gebracht. Twintig jaar geleden werd de doodstraf in Nederland definitief afgeschaft, in België gebeurde dit pas enkele jaren geleden. Volgens menigeen is er veel voor te zeggen het leven van mensen zoals Shipman, Bin Laden, Dutroux, McVeigh, Durn en Van der Graaf zo snel mogelijk te beëindigen. "Helaas is vierendelen, de straf die de moordenaar van Prins Willem I van Oranje, Balthasar Gérards, in 1584 mocht ondergaan, niet meer toegestaan.", stelt bijvoorbeeld mr. E.L. Gonsalves, naar aanleiding van de dood van Pim Fortuyn.(3). Anderen daarentegen zijn van mening dat de doodstraf nooit te rechtvaardigen valt.

In dit artikel een korte verkenning van de argumenten voor en tegen, uitmondend in een pleidooi voor een open discussie over de wenselijkheid van herinvoering van de volgens sommige mensen zwaarst denkbare straf.

Argumenten voor de doodstraf

Misschien wel het belangrijkste argument voor de doodstraf is het feit dat de kans op een herhaling van de misdaad erdoor wordt uitgesloten. Het is met andere woorden volstrekt zeker dat McVeigh nooit de gelegenheid zal krijgen het nog eens over te doen. Wanneer Van der Graaf over tien of twintig jaar vrijkomt moet je dat uiteraard nog maar afwachten. Een argument waar geen speld tussen valt te krijgen. Alleen de dood van een misdadiger biedt een samenleving de garantie dat iets zich niet zal herhalen. Het risico dat een gevangene ontsnapt, hoe klein dan ook, is bovendien altijd aanwezig. Het feit dat zelfs iemand zoals Marc Dutroux er op een gegeven moment in slaagde tijdelijk uit handen van de politie te geraken, biedt in dit verband stof tot nadenken.

Een tweede veelgehoord argument voor de doodstraf is de voorbeeldfunctie die er vanuit gaat: sommige mensen zullen afzien van het plegen van bepaalde misdrijven als ze weten dat ze het met hun leven zullen bekopen.

Een derde argument voor de doodstraf is het feit dat het (levenslang) opsluiten van iemand ontzettend veel geld kost. Er zijn mensen die beweren dat dat geld wellicht beter zou kunnen worden besteed. Men kan bijvoorbeeld denken aan lange wachtlijsten in de gezondheidszorg die dikwijls de dood van - op te laat komende operaties wachtende - onschuldige patiënten tot gevolg hebben.

Argumenten tegen de doodstraf

In de eerste plaats wordt uiteraard gewezen op het risico dat men zich vergist. Dat met andere woorden iemand ter dood wordt gebracht die onschuldig is. In dit verband wordt bovendien gesignaleerd dat in een land zoals de VS mensen met een smalle beurs, die geen goede verdediging kunnen betalen, een groter risico lopen om ter dood te worden veroordeeld dan iemand zoals O.J. Simpson. Dit was voor de - uiterst sympathieke - Amerikaanse presidentskandidaat Ralph Nader de belangrijkste reden om in tegenstelling tot bijvoorbeeld Al Gore de doodstraf af te keuren.

In de tweede plaats wordt gesteld dat een staat die iemand ter dood brengt zich verlaagt tot het niveau van de misdadiger. Hoofdredacteur Peter Vandermeersch van De Standaard noemt de doodstraf "altijd en in alle gevallen verkeerd. Ook dus voor Timothy McVeigh". Volgens Vandermeersch "plaatsen de VS er zich mee op het niveau van landen als Iran en China, die ze zelf een schromelijk gebrek aan respect voor de mensenrechten verwijten."(4). Hoewel Vandermeersch terecht signaleert dat Amerikaanse kritiek op de mensenrechtensituatie in andere landen dikwijls getuigt van het meten met meerdere maten en er vaak slechts geopolitieke overwegingen aan ten grondslag liggen, gaat het gelijkstellen van het ter dood brengen van McVeigh aan de daad van diezelfde McVeigh wel wat ver. Verlaagt een maatschappij zich soms ook tot het niveau van een ontvoerder, door hem een aantal jaren van zijn vrijheid te beroven ?

Prof. dr. S.W. Couwenberg stelt het zeer terecht aan de kaak dat veel tegenstanders van de doodstraf niet wakker liggen van de doodvonnissen in Nederland vlak na de Tweede Wereldoorlog. "Als men principieel, dus zonder enig voorbehoud, tegen de doodstraf is, moet men zich alsnog distantiëren van die doodvonnissen, evenals van de doodstraf door middel van ophanging tegen Eichmann in 1962, uitgesproken door een staat die daartoe formeel-juridisch niet eens gerechtigd was. Maar dat verleden wordt niet onder ogen gezien."(5).

Twee manieren om tegen het doden van mensen aan te kijken

Er zijn talloze manieren waarop tegen het doden van mensen kan worden aangekeken, maar grofweg kunnen twee basisgedachten worden onderscheiden:

1. "Nee, mensen mogen het leven van andere mensen nooit beëindigen, want (...)."

In de westerse wereld is een groot aantal mensen van mening dat het niet de bedoeling is dat mensen andere mensen vermoorden. Een standpunt dat heel goed te verdedigen valt. Van dergelijke mensen verwacht je een resoluut "nee" tegen abortus, euthanasie, de doodstraf, maar ook bijvoorbeeld tegen luchtbombardementen op Servische steden en tegen een militaire aanval op Irak, wetende dat je niet kunt vermijden dat daarbij – onschuldige ! - burgers om het leven komen.

2. "Ja, mensen mogen het leven van andere mensen soms beëindigen, want (...)."

Andere mensen, zoals voorstanders van het recht op abortus en euthanasie, en ook voorstanders van de doodstraf, zoals de Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur, vinden het in bepaalde situaties wel degelijk verdedigbaar om mensen te doden. Een mensenleven is voor hen -  anders gezegd - dus niet heilig. Van dergelijke mensen verwacht je de bereidheid om per geval te bekijken of het doden van mensen gerechtvaardigd is of niet, en tevens de bereidheid om daarover met andersdenkenden in discussie te gaan.

Over het ter dood brengen van onschuldigen

Amerikanen zijn in dit opzicht vaak behoorlijk consequent. Zij erkennen en aanvaarden namelijk dat zowel bij luchtbombardementen als bij het ten uitvoer brengen van de doodstraf soms helaas onschuldige burgers zullen sterven. Hetzelfde geldt uiteraard voor een eventuele nieuwe militaire actie tegen Irak. In Europa daarentegen hoort men nogal eens mensen die onschuldige burgerslachtoffers in het ene geval afdoen als "erg jammer, maar nu eenmaal niets aan te doen" (oftewel: het doel heiligt de middelen), en in het andere geval als "barbaars en onaanvaardbaar" beschouwen. Zo schrijft de linkse Franse opiniemaker Bernard-Henri Lévy: "Compter jusqu’à deux, avoir deux idées à la fois, combattre, par exemple, la peine de mort aux Etats-Unis en même temps que l’on soutient leur juste guerre contre l’Etat taliban devrait être, me semble-t-il, à la portée des consciences occidentales."(6). Timothy McVeigh noemde het twintigtal onschuldige kinderen dat in 1995 omkwam ‘collateral damage’. Lévy, die McVeigh graag in leven had willen houden, kijkt op dezelfde manier aan tegen alle kinderen die om het leven zijn gekomen bij Amerikaanse luchtbombardementen. In Nederland reageerde de handleidingen en romans schrijvende Leon de Winter onlangs op Israëlische vergeldingsacties, waarbij ook regelmatig mensen die nooit een vlieg kwaad hebben gedaan om het leven komen. "Die acties keur ik, ondanks de uitermate pijnlijke collateral damage, goed." aldus De Winter.(7). Uiteraard kunnen de acties van McVeigh en die van het Amerikaanse of Israëlische leger niet zonder meer op één lijn worden gesteld. Het terechte verdriet en de woede van de nabestaanden van alle onschuldige slachtoffers echter wél. Slachtoffers die McVeigh, Lévy en De Winter alledrie als ‘noodzakelijk kwaad’ beschouwen.

De meeste Amerikanen beschouwen de in hun land ten onrechte ter dood gebrachten ook als ‘collateral damage’, en dat klinkt inderdaad hard. Laten we hierbij evenwel niet vergeten dat Amerikaanse bommen op onder andere Servische en Afghaanse woonwijken, scholen, kinderdagverblijven, zieken- en bejaardentehuizen veel meer volstrekt onschuldige mensen de dood in hebben gejaagd dan alle terechtstellingen in de VS bij elkaar.

Euthanasie en abortus: ‘paarse gruwelen’ of tekenen van beschaving ?

Opmerkelijk is de gedachtengang van mensen die abortus en euthanasie als een teken van beschaving beschouwen, als een enorme verworvenheid, en tegelijkertijd de doodstraf beschouwen als iets wat in een beschaafde samenleving niet thuishoort. De omstreden Amerikaanse filosoof Peter Singer gaf enige tijd geleden zijn mening over het geestelijk klimaat in Nederland: "Dat er zo’n brede consensus in het parlement en in de samenleving is over euthanasie, doet buitenstaanders versteld staan. Mij geeft het hoop."(8). Over abortus is Singer al even enthousiast, en - vooruitstrevend als hij is - vindt hij tevens dat het zowel voor ouders als voor kinderen zelf vaak beter is ook zwaar gehandicapte pasgeborenen om het leven te brengen.

Aan de andere kant heb je, onder meer in bepaalde godsdienstige kringen, voorstanders van de doodstraf die abortus en euthanasie barbaars noemen.

Bijna iedereen lijkt het er wel over eens te zijn dat sommige mensen mogen worden gedood, maar wanneer het gaat om de vraag welke mensen wel en welke niet, dan is men het volstrekt oneens. Het fanatisme waarmee sommigen de doodstraf als verwerpelijk en onbespreekbaar beschouwen is dikwijls net zo groot als dat waarmee bepaalde mensen uit organisaties zoals ‘Stichting Schreeuw om Leven’ euthanasie en abortus verafschuwen en als ‘paarse gruwelen’ bestempelen. Tien jaar geleden merkte ook Eric Krebbers dat al op: "Ik heb een half uurtje meegeluisterd met de discussies en het viel mij op dat de volgelingen van Dorenbos elke discussie, die begon over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, binnen dertig seconden wisten te brengen op een gesprek over moord."(9)

Pleidooi voor een open discussie

Bij de discussies rond abortus, euthanasie en de doodstraf staat steeds dezelfde vraag centraal: wanneer mag je mensenlevens wel en wanneer mag je ze niet beëindigen?

Iemand die strijdt voor het ‘recht op abortus’, vindt het vermoorden van ongeboren kinderen niet noodzakelijkerwijze een prettige bezigheid. Integendeel. Een zwangerschapsonderbreking is voor betrokkenen vrijwel altijd een bijzonder traumatische ervaring. Veelal gaat het om mensen die van mening zijn dat een vrouw het recht moet hebben om zelf te beslissen wat wel en wat niet in haar eigen buik gebeurt. Mensen die op de bres staan voor het recht op euthanasie vinden dat iemand zoals Diane Pretty het recht had moeten krijgen om op een waardige manier te sterven. Net zoals de meeste voorstanders van herinvoering van de doodstraf staan zij echter allerminst te juichen bij de gedachte andere mensen te doden.

Zowel abortus, euthanasie als de doodstraf impliceert het afbreken van een mensenleven, en dat is vanzelfsprekend altijd akelig. Dit betekent echter niet dat ze daarom ook altijd en overal verkeerd zijn. Abortus niet wanneer een jong meisje wordt verkracht en zwanger raakt, of wanneer het leven van de moeder in gevaar komt. Euthanasie niet wanneer iemand onophoudelijk en ondraaglijk lijdt en bij zijn volle bewustzijn aangeeft niet meer verder te kunnen en te willen. En de doodstraf volgens menigeen niet wanneer het gaat om mensen die bij hun volle bewustzijn medeburgers vermoorden of laten vermoorden. Soms blijft er, zoals professor Paul Cliteur zegt, maar één ding over: achter een mensenleven kan dan een punt worden gezet zonder dat wie dan ook daar een slecht geweten aan over hoeft te houden.

Terwijl uit opinie-onderzoek van onder meer het Nipo (10), het Sociaal Cultureel Planbureau en het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving blijkt dat heel veel Nederlanders de doodstraf niet in alle omstandigheden afkeuren, is in het Nederlandse parlement uitsluitend de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) formeel voorstander van herinvoering. "Zo doet de merkwaardige situatie zich voor dat de politieke elite bewust geheel voorbijgaat aan een standpunt van de (kleine) meerderheid van het volk. De doodstraf wordt doodgezwegen. Dit is een pregnant voorbeeld van de kloof tussen burger en politiek. Een kloof die zelfs de meest enthousiaste liefhebbers van referenda niet willen overbruggen door middel van een volksraadpleging." aldus de conservatieve Nederlandse denker Gerry van der List.(11). Uit recent onderzoek onder 13.500 Vlaamse jongeren uit het voorgezet onderwijs is gebleken dat de Vlaamse jeugd in ruime meerderheid voor de doodstraf is. Slechts één op de drie ondervraagden wijst herinvoering zonder voorbehoud af.(12).

In veel Europese landen is abortus onder bepaalde voorwaarden toegestaan: in Nederland werden in het jaar 2000 niet minder dan 33.000 abortussen geregistreerd, en het aantal neemt toe.(13). Zowel in Nederland als in België is ook euthanasie sinds enige tijd geen taboe meer. "Wanneer een leven niet of niet meer gewenst is, dan mag dit worden beëindigd." zo lijken steeds meer Nederlanders in noord en zuid te denken. Een logische volgende stap lijkt nu het op gang brengen van een open discussie over een mogelijke herinvoering van de doodstraf. Een discussie waarbij net zoals in het abortus- en euthanasiedebat argumenten tegen elkaar zullen moeten worden afgewogen, en waarbij niet de opvattingen van bepaalde intolerante actiegroepjes en enkele politiek-correcte kopstukken, maar de wil van het volk doorslaggevend zal moeten zijn, zoals dat in een democratie hoort.

Het is dan ook bijzonder spijtig dat de heer Nawijn zijn allerminst extreme en door de helft van de Nederlandse bevolking gedeelde opvattingen heeft teruggenomen. Wijlen Pim Fortuyn, die zelf overigens geen uitgesproken voorstander was van de doodstraf, zou vanzelfsprekend nooit op zo’n jammerlijke manier door de knieën zijn gegaan. Nawijn had voet bij stuk dienen te houden of het onderwerp niet moeten aansnijden.

Dries Veldman, 20 november 2002

 

Aangehaalde bronnen bij het artikel ‘De doodstraf ter discussie’ :

  1. Meer rechten voor dieren dan voor mensen’, vraaggesprek met rechtsfilosoof Paul Cliteur, in: maandblad Milieudefensie, februari 2002.
  2. Nawijn (LPF) bepleit invoering doodstraf’, in Reformatorisch Dagblad, 18 november 2002.
  3. Mr. E.L. Gonsalves, ‘De moord op Pim Fortuyn’, in STA VAST, juni/juli 2002, p.195-198.
  4. Doodstraf is altijd en overal verkeerd’, in De Standaard, 11 juni 2001.
  5. S.W. Couwenberg, ‘Doodstraf en het recht op leven’, in De Volkskrant, 2 september 2000. Vrijwel dezelfde tekst werd onlangs opnieuw gepubliceerd onder de titel ‘Doodstraf als ethisch-juridisch probleem’, in: Tekos, nr.104/2002: p.16-20, en een verkorte versie van het artikel is te vinden in STA VAST, mei 2001, p.169-170.
  6. Bernard-Henri Lévy, ‘La guerre toujours’, in Le Point, 26 oktober 2001.
  7. Tien geboden’, vraaggesprek met Leon de Winter, in Trouw, 25 mei 2002.
  8. Een menselijk leven is niet altijd heilig’, vraaggesprek met Peter Singer, in Weekblad Elsevier, 2 december 2000.
  9. Eric Krebbers, ‘Schreeuw om zelfbeschikking’, in De Peueraar, nr.29, januari 1993. Krebbers schrijft om onduidelijke redenen overigens voortdurend "pro-choise" in plaats van "pro-choice". Progressieve spelling ?
  10. Veertig procent voor doodstraf’, in Het Parool, 14 juni 2002. Met name onder mensen die in mei 2002 op de LPF hebben gestemd bevinden zich veel voorstanders, zo blijkt uit het Nipo-onderzoek.
  11. Gerry van der List, ‘De dood als straf’, in Weekblad Elsevier, 12 mei 2001.
  12. Vlaamse jeugd voor doodstraf’, in Algemeen Dagblad, 14 november 2002.
  13. Meer abortus bij jonge vrouwen’, in Reformatorisch Dagblad, 14 november 2002.

 

 

terug naar Hoofdblad Heemland

terug naar Heemland 25, Ten geleide

terug naar Heemland 2002

naar Heemland 25 Ingezonden: Doodstraf, een contradictio-in-terminis