HEEMLAND 21 (2001)

 

Liberalisme, de almacht der markt

Van gemengde economie naar markteconomie

In diverse nummers van Heemland is beschreven hoe na de ineenstorting van het communisme, vanaf 1989 het rauwe kapitalisme naar Angelsaksisch model aan de voltooiing van zijn verspreiding over de gehele wereld begonnen is. Al eerder gingen West-Europese regeringen van liberalistische signatuur over tot de afbraak van hun voornamelijk na de wereldoorlog opgebouwde ‘gemengde’ economieën , - met hun uitgebreide stelsel van staatsgestuurde publieke nutsdiensten en bedrijven in zo genoemde ‘verzorgingsstaten’ -, tot de modieuze ‘vrije-markt-economieën’ van vandaag.

De voorlieden van dit ombouwproces, in eendrachtige samenwerking met het bedrijfsleven, konden onder het kiezersvolk hiertoe gebruik maken van enige vanouds rechtse partijen. Door potverteren en geldsmijterij met ‘leuke dingen voor linkse mensen’ , en de uitwassen van linkse verzorging, hadden de linkse regeringen de leden en aanhang van rechtse partijen rijp gemaakt voor de ommezwaai naar het liberalisme. De conservatieve Tories onder Thatcher in groot Brittannië en het CDA onder Lubbers in Nederland werden naar programma en streven omgebouwd tot rechts-liberale partijeene die volop het liberale kapitalisme gingen ondersteunen en vormgeven.

Alle politiek werd neoliberaal: democratie onderhorig aan de markt ?

Tegenwoordig is de term ‘rechts’ daardoor tenslotte synoniem geworden met liberaal-kapitalistisch, dus in essentie een voortzetting van het liberalisme van voor de wereldoorlog; het heeft weinig meer te maken met de verheffing van confessionele delen der bevolking, of met conservatief of communautair gemeenschapsgezind gedachtengoed.

Het CDA sluit thans veel meer aan bij het burgerlijke liberalisme van de hogere middenklassen van de 19de en 20ste eeuw. Het moderne koopmansliberalisme werd de sociaal-politieke norm, bij het CDA versierd met wat religieuze moraal en bij andere met de vaan van vrijzinnig verlichtingsdenken zoals hier te lande bij de VVD, D66 en later de leiding der PvdA. Ook socialisten (Kok, Blair, Schröder) zijn bevlogen aanbidders van marktwerking en de leer van een minimale staat geworden. (1)

De overgang der nutsfuncties van publiek naar privaat

Bij de door de politiek gestarte ombouw en economische uitverkoop van de Staat van zoveel mogelijk geledingen, onder het aanroepen van het heilig geloof in de zegenrijke werking van de vrije markt, werd door het bedrijfsleven een begerig oog geslagen op de nutssectoren. Ook zagen de bedrijfsleidingen van diverse nutsondernemingen hun kansen schoon om hetzelfde aanzien en vooral dezelfde vette honorering te verwerven als directeuren en management bij grote bedrijven: ze lieten zich met graagte privatiseren en liefst volledig liberaliseren. Vanwege de monopolieposities die dit soort bedrijven en diensten per land of regio innemen, is dit laatste geen eenvoudige zaak. Wil eerlijke mededinging, lagere prijsvorming en betere dienstverlening te realiseren zijn wat het uiteindelijk doel is, dan zullen ze als marktconforme bedrijven in het ‘vrije’ bedrijfsleven moeten opereren, waartoe er ruim voldoende concurrentie voorhanden moet zijn en kartelvorming straf bestreden wordt.

Oud-directeur Ploeger van het vroegere staatsbedrijf der Nederlandse Spoorwegen heeft op 23 juli in de Volkskrant een boekje opengedaan over de absurditeiten en chaos die deze omvorming bij zijn dierbare NS tot gevolg heeft gehad. Eendere wantoestanden kwamen er bijna overal voor bij voormalige nutsdiensten en –bedrijven.

Het publiek heeft er tot op heden geen zegeningen van ondervonden, integendeel. De algehele dominantie van de markt over de Staat is door deze overheveling en uitverkoop van publieke staatsbezittingen fenomenaal geworden en pakt wel heel ongunstig uit voor het geval bevolkingen nog enige macht door de Staat op de markt willen laten uitoefenen of willen herschikken.

Je kunt deze tussenfase bij slechtwerkende en duurgeworden nutsvoorzieningen natuurlijk terzijde schuiven als overgangsverschijnselen die bij verdergaande liberalisering opgelost zullen worden. Door aanhangers van het neoliberalisme wordt dit ook om het hardst geroepen. Zulke zijn vooral de heren die er persoonlijk de meeste profijt van denken te hebben, met name het management van de geprivatiseerde ondernemingen zoals directeuren van energiebedrijven, die vrezen dat de zaken teruggedraaid zullen worden en het wezenlijke, fysieke netwerk niet geliberaliseerd zal worden.

In Frankrijk, en zelfs in Zwitserland, is men bijzonder huiverig om over te gaan tot de verkoop en liberalisering van nutsvoorzieningen, speciaal van infrastructurele netwerken. Het wordt er beschouwd als ontmanteling van de Staat, omdat hiermede de nationale Staat zijn economische potenties over het algemeen nut afstaat aan op winsten beluste bedrijven die weinig ophebben met algemene nutsfuncties als zodanig. We zien het bij de NS aan het af willen stoten van ‘onrendabele’ spoorlijnen. De voorzieningendichtheid en -grondigheid worden ondergeschikt aan de winstgevendheid, het snelle rendement. Er is alle reden om politiek stil te staan bij het in Europees verband nagestreefde liberaliseringsproces van nutsbedrijven en om over te gaan tot een bezinning of wij dit voor onze Europese ‘beschaving’ echt wensen.

Ook de markteconomie eist sterke staatssturing

'De onzichtbare hand’ die door werking van de vrije markt in theorie een billijke verdeling en eerlijke prijzen tot stand zou brengen, is het concept uit 1776 van de grondlegger van het kapitalisme, Adam Smith. Maar dit concept vereist zelfs in de visie van Smith een harde sturing door de Staat: "Ondernemers zijn veel te veel eenzijdig op geld belust. Als personen uit een en dezelfde professie of branche bijeenkomen, ontaardt zulks altijd in een samenzwering om de consument een oor aan te naaien middels prijsafspraken en ander publieksvijandige complotten. Proportionele vermogensbelastingen zijn nodig, en wat de overheid betreft dient een ‘beschaafd’ land kosten te maken die een ‘barbaars’ land niet eens zou overwegen. Immers de kwaliteit van de samenleving en het individuele geluk ook van anderen is weer essentieel voor ieders geluk." (4)

Van het koopgedrag van de consument valt voor de prijzen en de kwaliteit van het aanbod sociaal-economisch even weinig te verwachten als – politiek gesproken – van het stemgedrag van kiezers op het beleid van de gevestigde partijen. Klanten bepalen met hun vraag dan wel wat meer het aanbod, al naar gelang van hun financiële middelen, maar de kwantitatieve bijsturing hoeft maar weinig gemeen te hebben met de werkelijke wil of behoeften van burgers. De leer van de onzichtbare hand middels het liberale marktmechanisme gaat uit van een heel eenzijdig mensbeeld van berekenende, goed ingelichte, commercieel getrainde, egoïstische mensen. Maar lang niet iedereen is zo gemaakt of heeft die talenten. Zeker niet alle burgers zijn kooplustig, maar die simpele kooplustige mentaliteit bepaalt wel de marktverhoudingen.

Als regulering en prijsstelling van de markt overgelaten wordt aan producenten, tussenhandelaren en het tot op grote hoogte manipuleerbare gedrag van consumenten, wordt het dagelijks bestaan voortaan bepaald door de meest koopzuchtigen en koopkrachtigen, dan beheerst slechts consumentisme, draaiend rond die – voor het bedrijfsleven (en de gevestigde orde) ideale – leidbare consument, het sociaal-normatieve gedrag. We zien dit allang volop gebeuren - en niet alleen puur economisch, zo besmettelijk is het - op alle terreinen: van handel, industrie en wetenschap tot cultuur, sport en ontspanning en zelfs in de gangbare ideeënwereld.

De politiek moet de beste economie kiezen ten dienste van
het algemeen belang

Van politieke beschouwers, juist ook die op de rechter zijde met hun forse kritiek op immigratiestromen, mag verwacht worden dat juist níét zij het verkennen van het economische reilen en zeilen ver van zich af werpen – het besmalend als ‘economisme’ -, maar dat zij zich er tot en met in verdiepen en hun eigen keuzes maken ten behoeve van het publieke volkse belang. Hiervoor hebben wij al laten zien dat zelfs oude ideologen van het liberale kapitalisme staatssturing wezenlijk vinden. Als dat dan toch ook al moet door middel van krachtig controlerende, dirigerende, doeltreffend werkende mededingingsautoriteiten, is het de vraag of de gemengde West-Europese economieën, met allerhande nutsfuncties in staatshanden, niet veel beter werken voor het algemeen belang en – bepaald niet onbelangrijk – de markt beter intoombaar houden.

Het gaat in wezen altijd om macht, beschaving en geluk ! En daarbij vormt toch het streven naar rechtvaardige verhoudingen en billijke verdelingen binnen hechte samenlevingen in een leefbare wereld de reden van politiek bedrijven in democratische geest ?

Het vrije-marktkapitalisme verwoest beschaving en autonomie

Eén ontwikkeling moet zeker voorkomen worden, namelijk dat harde staatssturing zich juist gaat richten op het in het gareel houden van volkeren ten gerieve van het liberale kapitalisme, eventueel met dwang. In het Westen zijn al nauwelijks politieke partijen en regeringen van kleine landen toegestaan die ingaan tegen de neoliberale, multiculturele ideologie.

De uitwassen van de heerschappij der vrije markt zonder veel staatsbemoeienis kennen we, mede dankzij de globalisering: In Derde-Wereldlanden produceren internationale ondernemingen, lage lonen worden betaald, kinderarbeid ingeschakeld, strenge milieuenormengelden er niet omdat overheden geen middelen van toezicht en handhaving hebben, bestaande samenlevingen worden ontwricht, zodat kindersterfte en ziektes nog sterker toenemen.

De onderwerping aan de markt ondergraaft de nationale autonomie en maakt de bevolking weerloos. In vele landen worden regionale en zelfs nationale tradities ondermijnd door opdringerige culturen en religies van buiten, door Westerse kruisraketten worden oorlogen beslecht in naam van vreemd overwinnaarsrecht, grote maatschappelijke vraagstukken uiteenlopend van armoede, ontbossing, overbebouwing en overstromingen tot grote migratiestromen, ja massale volksverhuizingen met verdringen der inheemsen, onveiligheid en verruwing van de zeden worden niet serieus genomen; (vrij aangehaald naar (7).

Op zoek naar een politieke uitweg uit de neoliberale dwangstaat

Voor landen die het zich nog veroorloven kunnen, waarbij we vooral denken aan de Europese Unie, is een herschikking van private en publieke sectoren ten gunste van het publieke domein voor het hiervoor te laat is, zeer wenselijk: met name dienen nutsvoorzieningen en sectoren van algemeen belang zoals veiligheid en openbaar vervoer niet ongebreideld aan de markt te worden overgelaten.

Ook in sectoren als het bank- en verzekeringswezen en zeker bij de woningbouw is scherp staatstoezicht en prijs- en kwaliteitsbewaking bepaald geen overbodige luxe. Er is een woud aan ondoorzichtige prijsstellingen, regels en taxen ontstaan en er heerst grof misbruik van de nood van geschapen schaarste en gedwongen winkelnering; hetzelfde is nu het geval geworden bij de geprivatiseerde of geliberaliseerde nutsbedrijven.

En ook de gezondheidszorg en het onderwijs, vroeger beheerd door zuinige, degelijke besturen, zijn ten prooi gevallen aan bedrijfskundig management en onderwijskundige nieuwlichterij. Deze sectoren moesten naarstig meeheulen met elke politiek verdwazing tot het neoliberale marktdenken toe, als waren het sectoren waar ideologen hun gelijk moesten halen. Het middenveld heeft lustig meegedaan in die dansom geld en aanzien die het ‘bestuurskundig’ model, geënt op bedrijfskundig, marktgericht denken, meebracht. De gevolgen zijn er naar: met veel duurbetaalde overhead en geringe opbrengst. Opschonen is noodzaak.

Een grondige herstructurering met waarborgen voor en herstel van de openbare, algemene belangen in al deze sectoren is helemaal geen typisch ‘links’ politiek streven. Vanouds was ‘rechts’ of ‘volks’ nooit afkerig van een sterke sociaal-economische sturing door de Staat, een soevereine staat liefst. Alleen verwoede liberalen en lieden die baat hebben bij de status-quo of bij de kapitalistische orde, kunnen er moeite mee hebben. Men is er verwend geraakt doordat ‘links’ en ‘rechts’ als het ware beide liberalistisch werden met hun omarming van het vrijemarktkapitalisme in totalitaire vorm, voor politiek ‘links’ nog versierd met armensteun en een sociaal vangnet voor de linkse ‘basis’.

Voorkomen dient te worden dat het sociaal-economische gebeuren overgeleverd wordt aan het vrije spel van grote private ondernemingen, lees: groepen plutocraten in de wereld, waar volkeren geen enkele democratische greep meer op uitoefenen anders dan met een onmachtige bijsturing via hun koopgedrag, hun portemonnee, feitelijk waardeloos want behalve marginaal financieel verder ontdaan van iedere andere waarde. Zo’n klantenhand is een lamme, dode hand. Economische nutsfuncties behoren in dienst te staan van de volkeren die erop aangewezen zijn. Mensen hoeven niet enkel te leven als klanten of knechten, voor de opeenhoping van kapitaal en vermeerdering van bezit van uitverkorenen, in welk land dan ook.

De Staat als institutie die uitdrukking geeft aan de volkswil hoe gebrekkig die ook tot gelding komt, moet niet worden ontmanteld en opgetuigd tot ethologische regelaar, tot afdwinger van menselijk gedrag naar de wensen van het marktkapitalisme, zonder zelf nog over autonome economische kracht te beschikken.

 

Lode van Boonen en Mart Giesen

 

Geraadpleegde en aangehaalde literatuur bij het artikel "Liberalisme, de almacht der markt"

  1. W. Knapper "De oermoeder van Kok" in NRC, 17 maart 2001
  2. "De beschaving moet gered worden" Stichting Stop de uitverkoop van de beschaving, in NRC, 1 mei 2001
  3. H.J. Labohm en A. van Schijndel "Liberaal beleid heeft de beschaving gered" in NRC, 12 mei 2001
  4. W. Knapper "Onzichtbare hand" in NRC, 2 juni 2001
  5. "Falende overheid bewijst niet het gelijk van de markt" Stichting Stop de uitverkoop van de beschaving, in NRC, 9 juni 2001
  6. M. Rüter "Politieke correctheid, de afrekening met de totalitaire democratie" in Revolte nr 101, juni 2001
  7. R. Janssen "Zin en onzin van globalisering" in NRC, 21 juni 2001
  8. W. Wansink "Tussen Marx en Microsoft" in Elsevier nr 30, 28 juli 2001

 

 

 

Zie ook in vorige nummers over deze problematiek:

Heemland 17, Democratische dictatuur

Heemland 19, Lastendaling voor de gemeenschap

Heemland 20, Sociaal kapitalisme

 

Terug naar hoofdbladzijde Heemland

Terug naar Heemland 2001, 19-22

Terug naar Heemland 21, Ten geleide

Terug naar Heemland 21, Beschouwingen

Naar Heemland 22, Ten geleide


Naar Heemland 22, Einde van Paars, een evaluatie

Naar Heemland 21, Dure woongelegenheid

 

 

 

einde van Heemland 21

Naar Heemland 22, Ten geleide

e-post:  heemland@heemland.nl