HEEMLAND 20 (lente 2001)

 

STRENGE POLITIEK ZONDER ZORGEN

Rechtse politiek in de versukkeling; Nederland, word wakker!

Met de Tweede-Kamer-verkiezingen van 2002 in zicht maken politieke partijen zich op om kiezers voor zich te winnen; van vroegere ‘rechtse’ clubs is weinig activiteit te bespeuren. Van Nederland Mobiel, Conservatieve Unie, Groen Rechts en de Club van Tien Miljoen hebben we behalve de overstap van de Limburger Jo Spätgens naar het CDA en televisie-optredens van drs. Paul Gerbrands weinig tekenen van leven vernomen. Op 27 februari zond Netwerk een reportage uit over de NNP (Nieuwe Nationale Partij), die zichzelf afficheert als een nette, rechtse partij, ter rechter zijde van de VVD. Wat hiermee bedoeld wordt, bleek niet uit de uitzending die het bekende beeld schetste van een verdachte club. Voorzover mij bekend is het een rechtse, praktisch liberale partij zonder uitgewerkt sociaal-economisch program. Het program van de NNP is te lezen op internet, waar ook vragen beantwoord worden. Netwerk kwam met vage beelden die heimelijkheid moesten suggereren, en met de overbekende verdachtmakingen van’ultrarechts’-watchers als Donselaar en Rehwinkel. De mededeling dat de partij tegen de gevestigde politiek is, is nogal wiedes, want anders richt je geen nieuwe club op. De kijker werd dus geen steek wijzer over het wat, hoe en waarom, maar werd doorzichtig gemanipuleerd.
Wel een faire verslaggeving door de media geniet Leefbaar Nederland als uitlaatklep voor de ontevreden kiezersmassa. Leefbaar Nederland met oud-nieuwlinkser Jan Nagel op de achtergrond wordt trefzeker door de media in de kiezersaandacht omhoog gestuwd, een reden te meer om deze onduidelijke partij met argwaan te bekijken als te makkelijke bliksemafleider (vergaarbak van proteststemmers) voor bescherming van het establishment.
De bovenlaag met haar voldane ‘middenveld’ wordt in deze tijd van lichte economische krimp reeds zenuwachtig en stelt haar belangen veilig door middel van de politiek. Ze maakt de ‘correcte’ partijen waaronder het CDA zo sterk mogelijk en helpt een kaartenhuis als Leefbaar Nederland opdat ontevreden kiezers ‘netjes’ afvloeien naar Christen Unie, Leefbaar Nederland en een nognet te dulden want bijtijds multiculturalistisch geworden SP, die hierdoor sterk aan werfkracht heeft ingeboet.

Conservatief gerommel aan de rechterkant,
christelijk is geen waarborg voor volkse vertegenwoordiging

Confessionelen, vooral het CDA, hebben zich gedragen als neoliberale opportunisten in dienst van rauw kapitalisme, gelijk de VVD. Dat er dus een grote behoefte ontstaan is aan een echte ‘rechtse’ volkspartij, is niet zo vreemd. Het blijkt ook uit het geroezemoes rond het thema "conservatisme". Op voorhand lijkt deze ‘conservatieve’ beweging evenwel tot mislukken gedoemd of een gelegenheidsmanoeuver te worden met haar flarden moraliteit, met haar beroep op christelijke uitverkorenheid en met het ertegenaan schurken van notoir pedante betweters met hun geboden en verboden zoals Zijderveld, Veling en Livestro zelf. Discussies beperken zich tot dusver tot moraal en tot vragen om versterking van gezag en bereik van gevestigde instituties; maar van een nieuwe, brede sociaal-economische en –culturele visie op de samenleving is niet veel te merken. Hoe behoudende burgers die niet-kerkelijk en niet-welgesteld zijn, met deze beweging met haar tot dusver naar voren gebrachte ideeën iets gemeen kunnen hebben wat ook voor hun stoffelijke en geestelijke noden van belang is, en óf ze zich er op den duur bij thuis zouden kunnen voelen, is zeer de vraag; in wezen staan ze erbuiten.
Terecht maakt Siep Stuurman, hoogleraar Europese geschiedenis, een onderscheid tussen religieus en seculier conservatisme en stelt dat de meeste mensen tamelijk conservatief zijn, ook vroegere PvdA-stemmers. In Nederland rekent zich 60% van de bevolking niet te behoren bij een kerkgenootschap of levensbeschouwlijke richting!, dat zijn 9,5 miljoen mensen. Maar de Christen Unie beweert dat nog steeds 8 miljoen mensen formeel lidmaat zijn van een religieuze organisatie van wie er 3,5 miljoen tot de regelmatige kerkgangers zouden behoren. Ongeveer 1,5 miljoen mensen twijfelen dus of ze nu wel of juist niet bij een kerk willen behoren. Wat wel vaststaat is dat de buitenkerkelijken thans tussen de 50 en 60% van de bevolking uitmaken, een nog steeds wassende meerderheid van onze landgenoten. Terzijde: het woord ‘landgenoten’, ook bevattend de driekwart miljoen islamieten van tegenwoordig en de half miljoen allochtonen die geen Nederlands kennen, - kunt U zich in het buitenland een Nederlandse migrant voorstellen die de landstaal aldaar niet kent? – wordt steeds vaker gebezigd ter vermijding van het woord ‘Nederlanders’ met z’n dubbelzinnige betekenis.
De ontkerkelijking (secularisering) gaat onverbiddelijk door, ondanks alle ondersteuning en ondanks alle schijn van het tegendeel door de publieke omroepen en politieke partijen. De buitenkerkelijke meerderheid van thans heeft dan wel getalsmatig de protestantse meerderheid van de eervorige eeuw vervangen, toen in 1894 nog 55% Nederlands Hervormd was, maar ze heeft, ongeorganiseerd als ze nu eenmaal door de ontstaanswijze is, geen enkele invloed op de instellingen met publiek gezag.

Verslonzing heerst alom, zeker ook bij de Overheid

De samenleving als geheel, zowel kerkelijk als niet-kerkelijk, is tevens met rasse schreden aan het vervlakken en verruwen; schakel over naar de commerciële zenders en je kijkt doorlopend naar gehos en gehijg, naar ‘huis-en-tuin’, naar brood-en-spelen voor "het volk". Urkers zijn in Blanes net zo daas als Hagenezen. Dat ergert gezeten conservatieven kennelijk. Maar het is tevens de roes die het volk zoet moet houden, dom en bovenal tam om juist hun machtsposities binnen de gevestigde orde in het in gevaar te laten komen en om hun bezittingen te beschermen. Er heerst een elites, linksom en rechtsom, een ontzaglijk verschil tussen woord en daad. Beloftes zijn niet meer dan zoethouders. met hun huidige flirt naar het conservatisme met zijn roep om meer orde en gezag bedoelen ze dan ook niets democratisch of sociaal bewogens. Het is slechts een modieuze roe om minder gedogen en meer strengheid, nu blijkt dat de bevolking zich in algemene zin weinig meer aantrekt van normen en regels, en zich verzet tegen de overheid met zijn bedienden, in het bijzonder tegen de dienders bij de politie met hun drift tot bekeuren.
Overheden zullen in hun cultuur een nieuwe strengheid maar met grote moeite o zichzelf en onderling toepassen. Er heerst geen klimaat voor zelfkritiek; en voor het beantwoorden van klachten van burgers bestaat nauwelijks begrip. Overheden zijn nauwelijks aan te pakken op hun falen en slecht handelen. Als groot voorbeeld van de verslonzing van het overheidsapparaat staat daar de ramp van Enschede. Dacht U dat er na de bergen papier aan rapportages nu echt wat gaat veranderen? Neem ook kleine affaires als het declaratiegedrag van Bram Peper; het werd al snel door z’n partij met de mantel der liefde bedekt. Het is immers schering en inslag onder bestuurders die bij zakenmensen en bohémiens hetzelfde aantreffen. Voorvallen als de flierefluitende ‘kunstmaecenas’ Rudi Fuchs of het royale afscheidsfeestje van Noordanus, oud-wethouder Volkshuisvesting van Den Haag, dat deels bekostigd werd door z’n vrienden uit de bouwwereld, zijn heel gewoon. Nu wordt Noordanus voorzitter van de VROM-raad waarbij zijn soepele omgang met projectontwikkelaars bij de bouw van dure binnenstad-projecten en Vinex-locaties wel de doorslag zal hebben gegeven.

Oppassen voor de roep om nieuwe strengheid

Van overheid naar burger toe is nagenoeg eenrichtingsverkeer waartegenover de burger machteloos staat. De roep om meer strengheid zal door het gezag slechts misbruikt gaan worden voor het versterken van de eigen macht en het verscherpen van zijn controle over burgers en kleine bedrijven. Slechte ervaringen met overheden zijn er in overvloed bij boer en burger. De politieke wil tot strenge beheersing van het gedrag van de bevolking neemt schrikbarend toe. Neem het gemak waarmee het parlement denkt over de kilometerheffing die al registrerend tot in detail de privacy van de burger schendt, of het boetevoorstel van ¦  500,- bij het zogenaamd beledigen van de politie. Voor het project Verkeershandhaving worden door het openbaar ministerie zomaar 700 man extra ter beschikking gesteld, kosten even ¦ 150 miljoen extra. De politie kan mede hierdoor niet meer op veel sympathie rekenen. Overigens baalt ook een gedeelte van de politie zelf van het uitdelen van bekeuringen voor minimale verkeersovertredingen. Jaarlijks is nu één op de twee weggebruikers het slachtoffer van dit door de politiek gedragen verkeersbeleid, dat met veiligheid bitter weinig te maken heeft, maar deste meer met het spekken van de staatskas en met een dikke prestatiepremie voor het regionale politiekorps.
Na hun terugtreden uit functies van algemeen nut, blijkt in Europa de voornaamste taak van nationale en regionale overheden te liggen bij het in het gareel houden van de bevolking. De kloof tussen bestuur (en profiterende bovenlagen) en de rest van de bevolking verbreedt zich. Ook Robert Kaplan, Amerikaans politiek reisverslaggever, is in makro-economisch opzicht redelijk optimistisch over de EU, maar hij ziet een bureaucratisch gevaar opdoemen. Er dreigt een soort "despotisme van de hogere middenklasse (,zakenleven en middenveld/ mg) terwijl de lagere klassen zich van Europa afwenden:.Niets nieuws voor onze lezers. "iets dergelijks zie je nu al in Frankrijk en Italië waar reactionaire partijen populair zijn bij de gewone man" (Tel 18 april 01)


Rechtsfilosofisch geschut wordt opgesteld voor burgerlijke beperkingen

Mijn vrees voor verregaande beperking van de vrijheden van burgers is niet zonder reden. Onlangs nog woonde ik op 24 april een bijeenkomst bij van de stichting OSL. Gastspreker was ondermeer professor Cliteur, een humanistische liberaal behorend tot de denktank van de VVD. In zijn betoog pleitte hij voor wijzigingen in de Grondwet. Zijns inziens moeten de sociale grondrechten eruit verdwijnen omdat die al genoegzaam gewaarborgd zouden worden in andere wetten; de burger zou ten onrechte kunnen menen dat die sociale grondrechten op zorg van de overheid afdwingbaar zijn. Met de doorgaande neoliberale afbouw van de verzorgingsstaat komt dit pleidooi niet onverwacht.
Ook had hij het over ‘deugden’, welke? bleef duister; en had hij het nadrukkelijk over het opnemen van grondplichten naast grondrechten van de burger. Wellicht dacht hij hierbij aan de onderschrijving van het multiculturele samenlevingsmodel en de principes van de vrijemarkteconomie? Graag had ik hem over deugden en grondplichten vragen gesteld, maar kennelijk is dit geen gepast gebruik bij het OSL. Gezien het gewelds- en dwangmonopolie van de Staat, regelt de Grondwet de verhouding tussen overheid en burgers en legt de beperkingen neer die aan de overheid gesteld worden ten aanzien van de natuurlijke vrijheden van burgers. Vanwege het machtsverschil is het grondwettelijk verder inperken van grondrechten door grondplichten niet aan de orde. Het verhaal van Cliteur, die vanuit zijn liberalisme wel de filosofisch juridische munitie voor het politieke kapitalisme levert, doet vrezen dat er wel degelijk in ernst gedacht wordt over zo’n verdere beknotting.
In alle lidstaten van de Europese Unie zien we zich een democratische dictatuur vestigen van het politiek-bestuurlijke establishment die politiek andersdenkenden niet toelaat tot de besluitvorming en hun burgerlijke en politieke vrijheden beperkt of zelfs afneemt. Groepen en personen die geacht worden het neoliberale sociaal-economische stelsel te kunnen bedreigen worden geweerd. Beroeps- en partij-verboden worden weer in stelling gebracht net als voor de oorlog, toen het lidmaatschap van de SDAP en de NSB voor ambtenaren verboden waren. Vlaams Blok en NPD worden bedreigd. De nieuwe regering van Oostenrijk met deelname van de ‘populistische’ FPÖ werd pas volwaardig aanvaard toen de FPÖ-ministers, anders dan aanvankelijk gedacht werd, de neoliberale, pro-europese koers van de EU aan de Oostenrijkse bevolking oplegden, wat deze partij nadien grote electorale schade heeft berokkend door de zorgen van de gewone man met een modaal inkomen, die zich er meer van had voorgesteld en nu de neoliberale hervormingskosten mag betalen.

De uitverkoop van de staat leidt tot het verval van de natie

Toch kan het ‘terugtreden van de overheid’ uit de sectoren waar voorheen uitgebreide overheidszorg was (onderwijs, volksgezondheid, openbaar vervoer, huisvesting, sociale zekerheid, algemene nutsvoorzieningen) uiteindelijk niet zonder aanzienlijke lastendalingen voor de tot op heden stelselmatig uitgeknepen delen van de burgerij. Het afschuiven van deze sociaal-economische taken en verantwoordelijkheden naar de markt heeft – met het afwentelen van de bijbehorende kosten door de overheid op de burgerij en met het verkopen van de bijbehorende infrastructuren, bedrijven en diensten aan het grootkapitaal – de overheid in beginsel schatrijk gemaakt, maar heeft tegelijk veel groepen burgers die zich niet tegen deze kosten konden indekken, steeds armer gemaakt. Krankzinnig is het dat de overheidsschuld nominaal niet fors is geslonken ondanks deze liberaliseringsoperaties. Waar is al dat geld gebleven??, niet naar de bevolking die moest bezuinigen. Krankzinnig is ook de fabel dat deze liberaliseringsoperaties tot concurrentie en daarmede vanzelf tot grote prijsverlagingen voor de burger-consument zouden leiden door de werking van ‘ de vrije markt’, terwijl niets minder waar is. Het grote geld zal bij bakken aan de strijkstok zijn blijven hangen bij hen die er rijk van zijn geworden, en zal verder zijn uitgegeven aan de grotendeels weggemoffelde lasten van immigratie en integratie, (door onderbrenging bij andere kostenposten op de begrotingen).
De machinaties met de publieke opinie, de mythevorming over "dit hartstikke rijke land" dat publieke armoede zou kennen tegenover private rijkdom bij de meeste burgers, is het grootste bedrog van deze tijd, waar grote groepen van de bevolking van deze zogenaamde verrijking al jarenlang volstrekt zijn buitengesloten. Een PvdA die daar blind voor blijft, zal nooit meer kunnen rekenen op herstel van vertrouwen in sociaal-economisch opzicht na het verraad tegenover grote delen van haar vroegere autochtone achterban in de afgelopen dertig jaar. Er is onderhuids een hoop woede onder de bevolking, zodat over en weer agressie normaal geworden is. Zinloos geweld, gedogen en razernij zijn ethologische uitingen van dezelfde verloedering van deze samenleving, van bijeengepropte dieren in een hok, waar geen schijnheilige moraal of selectieve strengheid iets aan kan doen. Onder de traditionele achterban van de oude PvdA en bij een groot gedeelte van de vroegere confessionelen zit de grote bulk van achtergestelde burgers die niet of nauwelijks baat hadden bij de vermelde politiek-economische verschuivingen van de Nederlandse Staat en wel voor de begeleidende lasten mochten opdraaien en steeds meer moeten dokken voor de prijzen van nutsvoorzieningen dankzij de liberalisering.

De flop van de Zalm-norm, of hoe de politiek de burger belazert

Ouderwets eisen PvdA en D66 weer miljarden extra op voor extra uitgaven, in deze tijd voor het ontspoorde onderwijs en de verwaarloosde gezondheidszorg die eerder miljarden tekort komen door slechte organisatie en verkeerde prioriteitenstelling dan doordat er tekorten zouden zijn. Dit linkse gedram wordt – in de naderende strijd om kiezers te paaien – door Dijstal (VVD) die bang aan het worden is voor z’n rechter flank, gepareerd met de overigens terechte opmerking dat die miljarden te halen zijn bij de asielopvang, prompt door de Telegraaf uitgebreid met bezuinigingen op de WAO-uitkeringen. Maar lastige vragen aan regering en politici om daadwerkelijke lastendalingen voor de burgerij – na de recente fopspeen van de paarse belastingverlaging – worden in het publieke debat door journalisten en politici gemeden.
Er zijn alleen schermutselingen over het oprekken van de Zalm-norm, de begrotingsdiscipline die een strikte scheiding tussen uitgaven en inkomsten oplegt. Extra uitgaven bovenop de geraamde begroting moeten van onderbestedingen komen die overgehouden worden aan de uitgavenkant. Doordat ondermeer bij de uitgaven voor de sociale zekerheid flinke meevallers zitten, kunnen die ‘gebruikt’ worden voor extra uitgaven aan volksgezondheid en onderwijs, zonder de Zalm-norm aan te tasten. Er is dus fijn gesteggeld over het uitgeven van extra miljarden zonder risico om waarachtig te schijnen bij de bevolking.
Máár…..: de Zalm-norm houdt bovenal in, dat overschotten aan de inkomstenkant van het Rijk voor 50% gebruikt moeten worden voor verlaging van de staatsschuld, én dat de overige 50% volgens het regeerakkoord zondermeer naar de burgerij behoort te gaan, wat evenwel zelden wordt vermeld. Politici van welke kleur danook, hoor je dit nooit vertellen, ook de VVD niet! Bij bevolkingsenquêtes over overheidsbestedingen wordt dit de ondervraagden evenmin verteld, je zou ze wijzer maken dan ze zijn; vandaar de eigenaardige uitslagen. Om met professor Knoester, commentator in de Telegraaf te spreken: we hebben "slechte Zalm-jaren".
Met de groeivertraging, de stijgingen van de loonkosten en de stijging van de officiële inflatie tot 4,9 % op jaarbasis, de hoogste in de EU, weten de kibbelende VVD en PvdA donders goed dat het financieel-economisch uitkijken geblazen is. Lastenverlichtingen lijken niet te verwachten. Over reële generieke lastendalingen voor de burgers met middeninkomens, waarvoor de overheid ook zelf moet inleveren, wordt niet gerept. Politici gaan integendeel prat op hun zogenaamde ruimhartigheid met het nieuwe belastingstelsel, een gebaar dat nep bleek. De verlaging van de belasting op arbeid werd weggevaagd door ecotax en btw-stijgingen, en voor velen door de vermogensrendementheffing. Van een sociaal antwoord tot algemeen herstel van de draagkracht van de lagere en middengroepen hoor je niets van de linkse noch van de rechtse partijen, van PvdA noch VVD en CDA.

Establishment blijft de burger bedotten, politiek ten bate van de rijkeren.

Door ‘Rechts’ (CDA en VVD, Christen Unie en nieuwe conservatieven) én nationaal ‘rechts’ (CD, NNP) en door ‘Links’ (PvdA, D66, GL en zelfs een SP) wordt het stelselmatig armelijk en zorgelijk houden van grote delen van de eigen Nederlandse bevolking – ondanks de uitverkoop van staatsondernemingen -, met name door het jarenlang opschroeven van de vaste woonlasten, niet als zodanig erkend. Er wordt aldaar in dit verband schamperend gesproken van ‘luxe problemen’ (Bomhoff, en ook Vierling). Uitlaat voor de opgekropte woede biedt de rubriek van boze-brieven-schrijvers in de Telegraaf.
Valselijk beweren politici dat ‘iedereen’ er dankzij de belastingherziening van hun Zalm op vooruit is gegaan, wat spijtig genoeg helemaal niet zo is, en dat die hiermede dus de hoger rekeningen moet kunnen betalen. Onder Wim Kok en Annemarie Jorritsma met haar marktfetisjisme zijn alle burgers opgezadeld met enorme prijsstijgingen tengevolge van de bejubelde liberalisering van allerhande voorzieningen terwijl zij nog steeds durft te beweren dat alles door marktwerking goedkoper gaat worden. Private nutsbedrijven willen winstgroei. Met de ‘vergroening’, te betalen via nog hogere milieuheffingen, en met extra belastingen is er nog een schep bovenop de hogere prijzen gedaan.
Ook de VVD, de pseudo-volkspartij komt net zo min als andere partijen op voor gewone burgers maar voor de staat, het welvarende deel der ingezetenen en het bedrijfsleven. Er is geen enkele politieke partij noch enig medium die dit uitknijpen en onderdrukken ernstig neemt; er is voor deze geen wezenlijk belang mee gemoeid. Integendeel, want bij algemene lastendalingen valt bij menigeen van de zorgelijke burgers de harde noodzaak tot dwangmatig, werkend haasten weg terwille van het soort markteconomie waar deze burgers zelf nauwelijks baat bij hebben, maar degenen die hen gebruiken destemeer. Het parool van deze tijd is: werken "om leuke dingen te doen", je geld besteden aan aangeprate, voorgeschotelde consumptie. Geld moet rollen, dat is goed voor de economie, en je houdt de burgerij zoet zolang als die het pikt.
Dus, laat de gewone burgers maar draven voor steeds minder – want inflatoir – geld, met een molensteen van zware vaste lasten om hun nek: Juist dat is de baatzuchtige strategie om de werkenden voor de winsten van het grote geld aan de slag te houden, ongeacht of het verrichte werk wel van wezenlijke waarde is voor de werker zelf en zijn ‘kinship’.

Lastendalingen als eerlijk antwoord op de stille verarming van het volk

Om hier te wonen wordt een hele dure tol betaald door veel Nederlanders zelf. Hun wordt niets eigens gegund: een beetje leefruimte, een beetje onbekommerdheid, een beetje eigenwaarde en trots, een beetje eigen wijsheid, om maar te zwijgen over een greintje volkse eer en trouw, welke alle met de vermarkting van het leven zelf, de commercialisering van de menselijk verhoudingen, uit het vizier verdwenen.
Het belang van algemene lastendalingen van vaste lasten (naast lagere overheidsbelastingen) wordt politiek en economisch zwaar onderschat; het betekent een breuk met het verleden waarbij steeds weer klein vermogen werd uitgehold en verdween naar bezitters van het grote geld. Bij wet verlagen van de algemene vaste lasten vraagt financieel inleveren van de grootverdieners op de woningmarkt, van de rijksoverheid, van de lagere overheden en nutsbedrijven, en van verzekeraars en banken. Vrije-markt-werking is er nauwelijks bij vaste lasten. Naast de markt wordt meer financieel-economische, bedrijfsmatige staatsbemoeienis met de algemene nutsfuncties een vereiste, waar de ‘vrije markt’ faalt met het – door eerlijke mededinging – doen verlagen van de vaste lasten, bijvoorbeeld van energie (gas, electriciteit) en informatie (kabeltelevisie, onderwijs).
Men kan voor de noodwendige voorzieningen op een goed algemeen beschavingsvlak ook niet vertrouwen op billijke prijzen middels de vrije-markt-economie die financieel mede bepaald wordt door de nukken van de aandelenbeurzen, voorop Wall Street, de gokcasino’s en speeltuinen voor plutocraten. Nog minder beschikkingszekerheid is er – met de omvangrijke overdracht van zaken aan de ‘vrije markt’ – voor de immateriële, sociaal-culturele en ideële aangelegenheden van volken die massaal bestookt worden door de commercie. Nu raakt de bevolking ver uiteen waarbij de rijkeren in niets gehinderd worden hun bezit te vergroten en in veiligheid te stellen.
Er is een andere Europese economie voor nodig, veel losser van Amerika; een economie die de volken dient en niet omgekeerd zoals nu het geval is. De geleide economie van de vijftiger en zestiger jaren is hier een historisch voorbeeld van, met een markt ondergeschikt aan de democratie. Zo’n omslag in de sociaal-economische verhoudingen waarbij de staat zelf, instituten en grote bedrijven financieel gaan inleveren ten gunste van de uitgeknepen burgerij, vraagt een nieuw staatsdenken ten gunste van de volksdemocratie waar geen moralistisch geleuter van ‘rechtse’ hotemetoten, conservatief, liberaal of joods-christelijk, voor nodig is. Vanuit de bestaande ‘rechtse’ partijen komt die ommekeer niet.

Huiver voor politieke moraalridders zonder verder bestek

Confessionele en vrijzinnige elites kennen een onmetelijke hooghartigheid jegens politiek of religieus andersdenkenden: incorrect, niet fatsoenlijk, fout, te volks of heiden, die ze beschouwen als afvalligen van hun rechte leer of gewoon stemvee of toeschouwend publiek. Bij de linkse elites is het niet anders, ze geloven niet in oprechtheid buiten hun linkse kerk. Het zijn beruchte betweters die anderen de les lezen. ‘Links’ wist tegen de opvatting van tweederde van de bevolking zelfs jegens het koningshuis zijn typische bezwaren als algemene norm door te drukken. Echte directere democratie middels volksreferenda sneefde met het opwerpen van torenhoge drempels ‘dank’zij de VVD.
Het eens in de vier jaar de bevolking laten stemmen op de politieke inteelt vindt het gezag voor z’n legitimatie afdoende. De sociale elites voelen zich niet verbonden met de mindergeslaagden die meestal zonder lange familiale tradities en zonder bezittingen zijn. Deze laatsten zijn van een ander slag, niet van hun soort, niet van hun geloof; de zorgen van deze ‘gewone’ volksgenoten zijn hun problemen nooit geweest of niet meer. Luister maar naar een Marnix van Rij (CDA) of Kars Veling (CU) of Schelto Patijn (PvdA), of een Ronnie Naftaniël (CIO) of Hans Dijkstal (VVD). Verbijsterend is de kloof die er gaapt.
Staande buiten ‘correcte’ kerk, ‘middenveld’ en partij bevangt je een diep wantrouwen tegen je Nederlandse medemens; je vraagt je af wat er bij veel gezagsdragers achter hun Nederlandse uiterlijk aan verzuild, egoïstisch denken in hokjes schuil gaat. Er is daar weinig gevoel van medeleven of verantwoordelijkheid jegens de rest van het volk. Vanwege deze denkwijze en het – ook in deze kringen – sterk toegenomen individualisme is niet in te zien dat enig nationaal gevoel zich bij de gevestigde orde nog zou vertalen in sociaal-economische solidariteit.
Huiver is op z’n plaats jegens een ieder die zijn moraal, zijn godsdienst, zijn ethisch-sociale normen en waarden als alleenzaligmakend aan anderen voorhoudt en wil opleggen – zelfs of juist onder de vlag van universele mensenrechten – zonder aan te willen geven of. waarin en hoe die de maatschappelijke verhoudingen rechtvaardiger wil maken.

De gevestigde orde op zoek naar gepaste verkiezingsthema’s

Met de verkiezingen op komst, indachtig Bolkesteins’s vorige successen, trommelen de rechtse liberalen weer zoals gebruikelijk – doch zonder er na de stemmenwinst ooit wat aan te doen – op de verkwistende miljardenuitgaven aan asielopvang ten bedrage van jaarlijks ¦  7 miljard op z’n minst. Met honderdduizenden stromen immigranten Nederland binnen onder volle medeplichtigheid van de VVD, alle burgerverzet ten spijt, onder schaamteloos moralistisch uitbuiten van schuldgevoelens en inspelen op angst voor sociale uitsluiting. De VVD’er Henk Kamp maakt enige vrijblijvende aanmerkingen, een vorm van drogverzet terwijl het land de dupe blijft. Land en volk bloeden maar door, materieel en cultureel. maar er is ‘gelukkig’ een ‘ethisch’ gemakkelijker verkiezingsthema gevonden.
Een – voor de politiek – veel dankbaarder onderwerp om de verkiezingsstrijd over uit te vachten is de kwestie der arbeidsongeschikte binnenlanders, waarvoor je je moreel niet hoeft te verantwoorden en er flink stoer de beuk in kunt zetten: geen gedoog en nieuwe strengheid. Buurmeijer (PvdA): "ziek is een vorm van sociaal gedrag", wil de WAO alleen nog voor blijvend ernstig lichamelijk gehandicapten. Het CDA schrikt ervoor terug, niet om ethische redenen, maar om electorale: het gaat 2 miljoen betrokken kiezers aan. Het sociale zekerheidsstelsel wordt met een noodgang afgebroken en de collectieve overdrachtsuitgaven kunnen naar anderen toe en elders heen.
Uit al het voorgaande mag U duidelijk zijn dat voor ons een ‘rechtse’ volkspartij die meent het te kunnen doen zonder royale, gulle financiële en sociaal-economische maatregelen ten gunste van de middenmoot van lage en middeninkomens die krom liggen om de kosten op te brengen voor overheden, verhuurders, woningenverkopers, hypotheekbanken en nutsbedrijven, aan te merken is als een club van volksverlakkers.
Juist echter over lastendalingen voor de burgerij: de helft van de inkomstenmeevallers moet erheen volgens de Zalm-norm ! , en over algemene huurverlagingen bewaren politici angstvallig het stilzwijgen! Wat wel in de verkiezingen een toponderwerp beloofd te worden, zijn extra uitgaven voor onderwijs, zorg en veiligheid met praatjes over ‘publieke armoede in een ‘rijk land’, waarvoor de burger weer extra mag dokken.
De linkse partijen zullen zich opstellen als redders van de publieke zaak die toch streng zijn om op te vangen 'wie het werkelijk nodig heeft'. Rechts zal nog minder willen gedogen, wil nog meer sancties en zal zich opwerpen als beschermer van moraal (CDA) en gesettelde huizenbezitters (VVD). ‘Streng’ zal ‘in’ zijn, erna komt paars 3 of – met CDA – bruin zoveel.

Mart Giesen

 


Terug naar heemland 2001, 19-22

Terug naar hoofdblad Heemland

Naar Heemland 20, Argwaan over ethiek

Naar Heemland 20, Dictaat van Dayton

 

 

Naar Heemland 20, Sociaal kapitalisme

Naar Heemland 21, Leefbaar Nederland, een opzetje ?

Naar Heemland 22, Einde van Paars, een evaluatie