HEEMLAND 19 (kerst 2000)

 

WEGZINKEN VAN NEDERLAND

De Nederlandse etnische entiteit in de waagschaal

Nederland is officieel etnisch neutraal, zelfs talig neutraal, en bestraft maar al te graag uitingen van etnisch Nederlands besef. In de Grondwet is het Nederlands als officiële landstaal niet beschermd, een voorstel hiertoe van het GPV werd destijds niet in behandeling genomen. De staatselite wil het volk verdelen in zuilen en standen en blijkt bijzonder vooringenomen, doordrenkt van joods-christelijke belangenbehartiging, (Guido Gezelle vond het een koopliedenstaat, geen volksstaat). Andere natiestaten zoals Denemarken kennen wel een duidelijke zorg om het volkseigene.
We weten ook hoe moeilijk het gemaakt wordt voor oud-staatsburgers of hun kinderen om de Nederlandse nationaliteit terug te krijgen al ben je volledig van Nederlandse afkomst. Integendeel, Nederland gaat tegenwoordig prat op z’n vlotte naturalisatie van buitenlanders (in 1999: 62.000), maar wee de Nederlander die z’n nationaliteit terug wil krijgen. Vroeger was dit wel anders toen hier volop het ‘ius sanguinis’, het recht op Nederlanderschap op grond van de bloedband gold.
De demografische veranderingen binnen Nederland zijn ernaar. de ruim honderdduizend jaarlijks binnenstromende immigranten behouden hun cultuur en krijgen de Nederlandse nationaliteit zonder omhaal. Maar hoe staat het met de autochtonen?

Etniciteit vraagt om cultureel onderhoud

Etniciteit vraagt om cultureel onderhoud, wat door Nederlandse maatschappelijke (staats)instellingen allerminst wordt nagestreefd; die zijn slechts bezig met herzuilingspolitiek, bovenal sociaal-religieus. Van huis uit krijgen de meesten dit ook niet mee, zodat de teloorgang van het etnisch besef bij verstrooiing een natuurlijk proces wordt - zeker bij onkerkelijken -, tenzij ze zelf anders willen.
We zien dit eigenlijk al binnen Nederland plaatsvinden, zo veramerikaniseerd gedraagt de jeugd zich, zich aanpassend aan de wellustige pret- en pochcultuur in de media. Er is een vervlakking gaande met de commercie als waarderingsmaat.
Het beroerde basisonderwijs is hier mede schuldig aan. Werden vroeger nog vaderlandse geschiedenis en aardrijkskunde gegeven in het oude lager onderwijs, deze vakken werden vervangen door wereldoriëntatie en dergelijke. Van enige grondige kennis, laat staan verinnerlijkt besef, van de ontstaansgeschiedenis en de wortels van Nederland, zijn volk, taal, zeden en gewoonten is geen sprake meer.
Taalonderricht en spelling zijn afgezakt tot een laag nivo vanwege anderstalige allochtonen. Het basisonderwijs wordt nu in de basisvorming voortgezet. Ten behoeve van de grote aandacht voor de culturen van de binnenstromende allochtonen en het kweken van begrip voor hun situatie, is alle onderwijs in de kennis en de zingeving van het Nederlandse volkseigene geweken. Etnisch-cultureel is het: "ontken jezelf en erken de ander". De angst rond discriminatie is zo groot dat het kenvermogen ondermijnd raakt. Het gevolg is dat jongeren zeer individualistisch zijn en - anders dan de indoctrinatie bedoelde - volmaakt onverschillig staan tegenover allochtonen en politiek. Zelfs de kennis omtrent de Europese ruimte en zijn geschiedenis, waarvoor in het vroegere middelbaar onderwijs veel plaats was, is marginaal geworden. Engels en bedrijfskundige vakken krijgen de volle aandacht. Het universitair onderwijs volgt dit anglo-amerikanisme; het schaft het Nederlands als wetenschapstaal af en voert het Engels in, tot in de collegezaal toe. En ook de anglo-amerikaanse studiestructuur is overgenomen. Het universitair onderwijs is bijna gelijkgeschakeld met het hoger beroepsonderwijs tot aan de graden toe. Wedden dat er straks duur elite-onderwijs komt op speciale colleges !

De teloorgang van Nederlandse identiteit

Hierboven en in "Ruimte voor Nederlanders" heb ik de bedreiging van verlies van de eigen etniciteit binnen en buiten Nederland aan de orde gesteld. De opstelling van de staat, in het bijzonder van zijn elitaire bovenlaag, is mij, alhier geboren uit Nederlandse ouders met Nederlandse grootouders maar geheel anders opgevoed, pas na een halve eeuw verblijf hier in al z’n proporties duidelijk geworden. Die elite blijkt voornamelijk belang te stellen in de vermeerdering van haar bezittingen, niets meer maar vooral niets minder. Het klinkt in deze tijd erg naïef, maar ik kende dit botte materialisme van graaien niet.
De neergestreken migrantenpopulaties met hun sterke gemeenschapszin en religie vinden hier een Nederlands substraat dat behalve materialisme, sportverdwazing en christelijke dweperij geen krachtig besef van collectieve eigenwaarde kent in het openbare leven. Ze vinden een cultuur van ‘hup marjanneke, stroop in ’t kanneke’, die ze bespelen kunnen, die ten diepste knikt en zwicht. De geschiedenis leert dat zo’n lichtzinnige cultuur onder de voet gelopen wordt en verdwijnt.

De instelling van een autocratisch bewind

Slechts de joodse gemeenschap en zelfbewuste christelijke gemeenschappen zullen zich dan als entiteiten handhaven. Maar deze zijn reeds meteen degenen die hier van oudsher al tot de regenten, de staatselite en de bezittende klassen behoren of zich er goed door vertegenwoordigd weten, de toegestane politieke partijen beherend. Van hen mag het gewone volk onder de voet gelopen worden, verengelsen of het land verlaten. In zo’n duur europees woonland Nederland met een multi-etnische, deels mengbloedige bevolking die dan voor meer dan de helft zal bestaan uit buiten-europese migranten, bestuurd door de vermelde regenteske elites en aangevuld met islamitische cliques, is er geen toekomst van zelfbeschikking van het gewone Nederlandse volk. Ik zuig dit beeld niet uit mijn duim; wie de Johan de Witt-lezing door mr. Docters van Leeuwen, oud-superprocureur-generaal en de visie van andere politici als De Beus gehoord heeft, vernam eendere toekomstschetsen. Docters ziet voor de stadstaat Nederland een bestuursvorm van één bestuurslaag waarin de besluitvorming wordt opgedragen aan "door het lot of anderszins aangewezen groepen" met een "beschavingsoffensief" tegen allen die er anders over denken; "Nederland als territorium van een steeds toevalliger verzameling burgers". Zelf zie ik de bestuursdienst en het publieke gezag bemand worden door hiertoe hoog opgeleide ambtenaren, te selecteren middels coöptatie uit de plutocratische cliques en hun aanhang. Zo’n bestuur dient vanzelf de economisch machtigen.

Nederland’s verkleuring en zelfverval

Laten Nederlanders de vernedering in eigen land over hun kant gaan? Tot nu toe hebben ze zich geschikt. Blijkens een onderzoek onder de bevolking vinden de meeste jongeren deze ontwikkelingen - met inbegrip van de arbeidsmigratie om economische redenen - best. Van tegenstribbelende ouderen hoeven de beleidsmakers zich niets aan te trekken omdat die eerder uitsterven.
Maar het gaat hier wel over de sociale, etnische, ideële en culturele dimensies van een vollopend land. Toekomstig Nederland zal evenals duur Parijs een uitstoot kennen van Nederlanders die het er niet meer kunnen uithouden. Maar anders dan het dertien maal grotere Frankrijk, waar uitgeweken kan worden naar franse regionen, zal dit tegelijk leiden tot een verkleuring en etnische omvorming van het binnenlandse bevolkingssubstraat.
De vertrekkenden naar elders in Europa zullen, verraden als ze zijn door hun elite, liever aanschuiven bij andere grote Europese entiteiten dan hun miskende Nederlandsheid te blijven koesteren. Een volk dat - anders dan het Joodse of Marokkaanse - zich zelfs in eigen land laat loochenen, zich met zijn kenmerken en waarden niet zelf beschermt en verdedigt, raakt verloren.

Kleine naties worden versmoord

Nederland wordt zo een anglo-amerikaans bruggehoofd met verstrooid - met name op het verstedelijkt platteland - Nederlandstalige christelijke groepen. Het zal als vanzelf het einde betekenen van de Nederlandse etnie en natie. De Nederlands dietse taal zal over anderhalve eeuw waarschijnlijk nog slechts een kerktaal zijn, na duizend jaar de voertaal in de lage landen te zijn geweest.
Bovenstaand toekomstbeeld voor Nederland geldt ook voor andere kleine natiestaten die op knooppunten van communicatie en distributie liggen, en hun identiteit, autonomie, interne solidariteit en zelfvoorziening onvoldoende in stand kunnen of willen houden. Doorvoerland Nederland is zichzelf al naarstig aan het opheffen. Nederland staat open voor grondige verengelsing, Slovenië wellicht voor verduitsing. Landen gelegen aan de periferie zijn wat minder kwetsbaar evenals landen met een sterk gevoel voor eigenwaarde en tradities als Denemarken, Tsjechië en Hongarije.
Kijken we naar de culturen van grote landen als Duitsland en Frankrijk dan zullen die zich kunnen handhaven, maar ook daar zijn in de verstedelijkte gebieden van Pas de Calais, Marseille, Rheims en Parijs niet-Europese haarden aan het ontstaan die fundamenteel vreemd staan tegenover de heersende Europese cultuur, of het nu de Duitse ‘Leitkultur’ betreft of de Franse ‘état laïque’. Voor de oorspronkelijke bevolking in deze landen wordt het moeilijk zich nog etnisch-cultureel te profileren met exclusieve rechten in eigen land temidden van deze multiculturele toestanden met vreemde kolonies die volop hun eisen stellen, zich gesteund wetend door de verplicht etnisch-neutrale ombouw der nationale staten. Die verplichting wordt opgelegd door internationale verdragen, en door invoering en toepassing van anglo-amerikaans recht waarmee de Europese Unie een evenbeeld wordt van de Verenigde Staten (, onder druk?). Een hevige strijd welke taal de ware voertaal in Europa wordt, staat voor de boeg: het Engels of toch een andere taal. Binnen die politieke, economische Europese ruimte is er voor individuele Nederlanders met handelsgeest en ondernemerstalent emplooi genoeg, maar er is weinig tot geen plaats voor handhaving van enig Nederlands etnisch-cultureel collectief, dat los staat van religieuze bindingen via de kerken. Zelfs binnen Nederland en België zie ik het somber in voor zo’n collectief temidden van krachtige islamitische, streng christelijke en anglo-commerciële (sub)culturen zoals hierboven uiteengezet. En het Waalse gedeelte van België kiest voor Frankrijk ongeacht wat de Vlamingen willen: "liever Frans dan Engels".

Een spuuglelijk, vol bouwland

Voor de vroeger beroemde schoonheid van het land hoeven we Nederland echt niet meer te bewaren. Het is dankzij de uitpuilende saaie woonwijken, bedrijfsterreinen en infrastructurele werken een godvergeten spuuglelijk land geworden met een nogal hebzuchtig, egocentrisch geworden bevolking, waar het gros van de bevolking mag wonen in akelige, nare woninkjes. Een land bestuurd door een hovaardige, zelfvoldane elite, die haar onderdanen behandelt als kaal te plukken kippen.

Naast de demografische en politieke veranderingen, en mogelijke burgertwisten kan Nederland gemakkelijk getroffen worden door watersnoodrampen die de helft van ons land dat gelegen is onder de zeespiegel, onbruikbaar voor bewoning maken. Alsdan ben ik zeer benieuwd of andere Europese landen bereid zijn miljoenen verdreven inwoners op te nemen in hervestigingsgebieden in Duitsland, Frankrijk en elders, en of hun het behoud van hun Nederlandsheid gegund zal worden?

Watersnood, ramp of redding?

Van ‘onze’ regering hoeven we weinig te verwachten: voor oorlogs- en natuurrampen is deze niet aansprakelijk te stellen. En morele verplichtingen jegens het eigen volk kent ze allerminst (een voorbeeld is het ontbreken van hulp aan nooddruftige Nederlanders in den vreemde); Het regentendom zal afwezig zijn, gevlucht naar veilige oorden.
Voor mensen persoonlijk is zo’n zondvloed, de fysieke verdwijning van de helft van Nederland verschrikkelijk. De vraag is echter of het wel zo’n ramp is vanuit een breder historisch perspectief. De overgeblevenen worden na de staatsverlating eindelijk met hun neus op de werkelijkheid gedrukt: dat dit land een nietig, kwetsbaar landje is waar veel, echt veel te veel mensen ingepropt zijn die geen kant meer uit kunnen bij natuurrampen en onlusten, en dat geen enkel ander land bereid is hen als collectief op te nemen, laat staan hun de voortzetting van hun etniciteit te gunnen.

Zoektocht binnen de Europese ruimte

Anders dan in de grote Europese landen geldt voor de uitwijkelingen dat verhuizen binnen de Nederlandse (staats)ruimte met behoud van hun oude rechtspositie, taal- en cultuuromgeving en werkkring dan erg moeilijk wordt. Ze moeten eruit doordat Nederland een te klein landje is, in oppervlakte nog minder dan de helft van andere kleine landen als Portugal en dergelijke. In de Europese ruimte is het landje alleen interessant als knooppunt van handelswegen, maar niet als geografisch ruimtelijke entiteit zoals bij voorbeeld een land als Hongarije wel is. Nederland doet zich wel voor als een middelgroot ‘gids’land, maar is het allerminst. Bij een voor de helft onder water verdwenen of anderszins vernield Nederland komt het bewind dan zichzelf, als bewind, in al zijn hoogmoed tegen. De bezittingen van zijn elite zullen al grotendeels in veiliger buitenland gebracht zijn, maar de rest van ons volk moet op de vlucht het vege lijf en goed zien te redden.

Een apocalyptisch verhaal?

U zult nu zeggen dat dit een apocalyptisch verhaal is; dat Nederland zichzelf uit de zee heeft geschapen door de aanleg van dijken en polders en dat het nooit zover zal laten komen. Van mij hoeft U deze fysieke verdwijning van Nederland ook niet ernstig te nemen, hoewel ikzelf denk dat het binnen anderhalve eeuw gebeurt. Het zal hoe dan ook miljarden vergen om dit voor enige tijd, een halve eeuw, uit te stellen door duinverbredingen en dijkverhogingen, want de zeespiegel stijgt en het weer verruwt. ‘Komt tijd, komt raad’, wordt rustig gezegd. Maar misschien is het wel opzet geweest dat juist kwetsbaar West Nederland volgebouwd is?!
Wel kunt U deze verdwijning van ons land overdrachtelijk bekijken. Sociaal-cultureel is dit al aan het gebeuren. De elite heeft zichzelf met zijn bezittingen hier en elders in veiligheid gesteld en verschanst, letterlijk en figuurlijk’ de verlating is er allang. Wetgeving is goeddeels gericht op verdere bescherming van de rijke bovenlaag.

Vroeger was dit reeds zo. De Hollandse kooplieden hebben in de ‘Gouden Eeuw’ kansen op aansluiting van hoger gelegen Nederduitse gewesten langs Eems en Rijn verijdeld om wille van hun particuliere zelfverrijking, afkomstig en vergaard uit kaperij en handel met waar en buit uit overzeese gebieden. Toen de nijverheid in de achttiende eeuw achteruit ging, was de bovenlaag slechts benauwd voor het grauw. Er was weinig zorg om gehechtheid, om veiligheid van de gemeenschap, noch fysiek, noch sociaal. Thans weer blinken de elites uit of vertillen zich in het opkopen van grote ondernemingen overzee, in plaats van zich op het nabije Europa te richten en te zoeken naar wegen om de Nederlandse gemeenschap als geheel voor verval te bewaren, hier en in de verstrooiing in de Europese ruimte.

M. Giesen e.a.


Forum voor nederlandse politiek Heemland - Hoofdbladzijde

Terug naar Heemland 2001, 19-22

Terug naar hoofdbladzijde Heemland

 

Naar Heemland 19, Beschouwingen


Terug naar Heemland 19, Ten geleide