HEEMLAND 19 (kerst 2000)

RUIMTE VOOR NEDERLANDERS

In de vorige Heemland wees Den Hollander op een opmerkelijk verschil in het immigratiedebat tussen Nederland en België omdat alhier de discussie vooral gaat over de fysieke volheid van het land. Dat zich de discussie in Nederland lijkt te beperken tot de fysieke volheid komt door het mijnenveld van taboes dat gelegd is over discussiëren op andere vlakken waardoor praten over de sociale onleefbaarheid nauwelijks mag en de fysieke onleefbaarheid ook bij ‘links’ nog net gedoogd wordt onder strikte voorwaarden. En zelfs die discussies worden vaak schamperend en lachwekkend afgedaan als afkomstig van dommeriken en somberaars. De grenzen van het ‘oorbare’ worden bewaakt door politiek, justitie en media zoals het neoliberale NRC-Handelsblad in zijn hoofdredactionele commentaren.

De belangen der immigratie-profiteurs

In "Ruimte, voor wie?" eist de NRC-redactie "ook ruimte voor vreemdelingen die met hun werkkracht een bijdrage leveren of kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving" en schaart zich daarmede aan de kant van de pro-immigratielobby van werkgevers bij het Europese beleid van figuren als Chevènement met z’n pleidooi voor massale immigratie van 50 tot 80 miljoen migranten uit de Derde Wereld om hier tot 2050 de ‘vergrijzing’ op te vangen en de Europese arbeidsmarkt o peil te houden. Zelfs Jan Latten, directeur van het CBS, het statistiekbureau dat onder zijn leiding berucht is geworden om z’n versluiering van demografische cijfers in door onze politieke elite gewenste zin, zo geflatteerd dat de autochtone bevolking zo groot mogelijk kan worden voorgesteld als meerbedeelde meerderheid, vindt dit geen oplossing. Hij spreekt over het vooruitschuiven met één generatie van een eventueel economisch probleem van vergrijzing; het NIDI waarschuwt voor de ongewenstheid en ultieme nutteloosheid van zo’n oplossing middels nog meer instroom van (economische) migranten. Overigens zal dit jaar reeds het aantal onder druk van het bedrijfsleven toegelaten arbeidsmigranten rond de 50.000 bedragen.
De monster-coalitie van zakelijke belangen waaruit de pro-immigratie-lobby bestaat, van begiftigd VluchtelingenWerk Nederland van E. Nazarski via MKB-Nederland van Hans de Boer tot de bouw- en betonwereld inclusief belanghebbende overheden, krijgt het bij alle regeringscoalities van de gevestigde politiek altijd weer voor mekaar de migraties ten koste van alles door te zetten.

De ideële zelfbeperking van de zestiger jaren misbruikt door profiteurs

Men gaat zelfs zover dat gezinnen die zich in de zestiger en zeventiger jaren door kindertalbeperking bijzonder verantwoordelijk jegens de samenleving hebben gedragen, nu vanwege enige personeelstekorten ineens te verwijten een ‘baarstaking’ te hebben gehouden! Geboortebeperking had ten doel ons van regeringszijde erkend overbevolkte land beter leefbaar en herbergzaam te krijgen voor komende generatie!, om milieu en landschap te sparen, om ruimte te krijgen, níet om plaats te maken voor de grote immigratiegolven die ons land vooral sinds de zeventiger jaren steeds heviger overspoelen. Van 348 inwoners per vierkante kilometer zijn we nu beland bij 466, slechts stadstaten als Singapore komen hoger uit.
Onze beschaafde nataliteitspolitiek van de zestiger jaren is misbruikt door gewetenloze profiteurs die de nog aanwezige fysieke ruimte ten gevolge van deze zelfbeperking en bevolkingskrimp opslokken ten behoeve van hun kortzichtige zakelijke belangen en van hun ethische boetedoening voor vermeende koloniale erfschuld (van de oud-koloniale kooplieden en gezagsdragers die zich in Oost- en West-Indië verrijkten) en voor een antinationaal-ingeprente schuldbelijdenis wegens de holocaust. Voor het aangezicht van onze Nederlandse kinderen wordt de beschikbare (leef)ruimte thans zelfs weggegeven aan ongenode vreemden.

De eigen Nederlanders mogen ‘oprotten’

Ik hoor U al zeggen dat dit niet erg is want die kinderen, nu jong volwassenen, kunnen toch migreren binnen Europa!  Wie dat zet, die miskent elk gevoel van Nederlandse saamhorigheid, denkt puur individualistisch en materialistisch, hecht niet aan zijn taal en beschaving, negeert de assimilatie van Nederlanders buitenslands; die miszegt aan de ander ook de gevoelens van trouw en zorgzaamheid voor zijn verwanten en vrienden, en in een ruimer verband met zijn cultuurgemeenschap; die ontzegt een ieder, ook zichzelf, uiteindelijk elke vorm van lotsverbondenheid die de Nederlandse natie nog zou kunnen kenmerken. Dan bestaat er geen vaderland, geen ‘homeland’ of heemland voor Nederlanders. Die zegt feitelijk: als het je hier niet bevalt onder de condities van dit overheidsregiem, dan rot je maar op! Judith Belinfante, oud-directrice van het Joods Historisch Museum en PvdA-Tweede-kamerlid, heeft dit ook ten naaste bij zo gezegd.

Het mateloze verraad van de elite jegens de verarmende lagen

Voor elke Nederlander die zijn gehele leven een – achteraf beschouwd argeloos en misplaatst – vertrouwen gehad heeft in de Nederlandse Staat als hoeder van het Nederlandse volk, of om het persoonlijker te zeggen in de verantwoordelijkheid van de Nederlandse leiding, de Nederlandse elite van bestuurders tegenover de wat lagere standen van het eigen volk, is dit een zeer hard antwoord zonder enig begrip of gevoel voor deze laatste, de onderdanen. In dit land kunnen Nederlanders die jarenlang op de nullijn gezeten hebben waar anderen zich zelfzuchtig verrijkten, en beland zijn aan de verkeerde kant van de scheidslijn, hun kinderen geen hoop op een betere toekomst in dit Nederland voorhouden, in een land waar het voor verarmende blanken in een dure maatschappij slecht toeven is met het schrille contrast tussen de woonwijken van de betere standen van uitstekende ruimtelijke kwaliteit, bebouwd en onbebouwd, en de ruimtelijke armzaligheid van de triestige rest verder. Al hun jarenlange afzien, opofferen voor ‘algemene belangen’, geëist van regeringszijde, belangen die tenslotte slechts dienstig bleken voor opklimmende middengroepers en de elitaire bovenlaag zelf, en voor het plek inruimen voor instromende vreemdelingen en startende jongeren, is voor henzelf uitgelopen op uitzichtloosheid en geringe kansen voor hun kinderen. Voor hen is er geen zicht op een betere toekomst.

De politiek laat gewone mensen barsten

Met dank aan het politieke bestuur mogen zij – nu ineens liefst zolang mogelijk – werken in vaak ondergewaardeerd en matig betaald werk. Of ze moeten, indien beland in een pensioen of uitkering, drastisch bezuinigen op hun ‘losse’ uitgaven voor het huishouden. In het laatste geval worden ze keer op keer door dezelfde betweters in journalistiek en politiek bespuwd als steuntrekkers en worden fiscaal benadeeld. Staatssecretaris mw. Verstand (D66) wil ze wel helpen door de vrouwen die uit het moederschap zijn, met hun jarenlange opvoedingservaring in te zetten bij de kinderopvang voor de jonge stellen; dat heet dan heel vals: 'emancipatie’!
Deze nieuwe eeuw zullen ze alweer grotendeels genoegen moeten nemen te wonen in dezelfde benepen, nare rijtjeswoningen en mistroostige flats van minderwaardige materialen bestemd voor hooguit 30 tot 35 jaar bewoning in de overal eendere opgeleukte uitlegwijken van na de oorlog tot op heden. Vreemd is het niet dat deze groepen Nederlanders geen klankbord vinden bij de politieke partijen. Immers over hun rug heen kan nu premier ok die toen, tijdens de laagconjunctuur met medewerking van de vakbeweging, velen op de nullijn liet zetten of uit hun werk liet knallen, mooi weer spelen en als steile dominee "dankbaar en trots" zijn op de ruimhartige opvang van miljoenen migranten.

Noodschreeuw om aardige huizen

Opeens horen we dan de hartkreet van het Surinaamse PvdA-Tweede-Kamerlid Lucy Korttam die de bovenbeschreven woningbouw ook spuugzat blijkt te zijn. Ze heeft het over allochtone "bouwstijlen met ornamenten en mooie vormgeving. Een stad die uitstraalt: jij hoort erbij". "Bij de bouw moet rekening gehouden worden met hun wensen, zowel aan de buitenkant als de binnenkant. Mensen willen een gevel zien die zij herkennen". "Allochtonen zouden anders tweederangs burgers worden". "Zij moeten zich hier thuis voelen". Alleen denkt zij merkwaardig genoeg dat oorspronkelijke – in haar taal "witte" – Nederlanders die woningbouw zo geweldig en geriefelijk vinden terwijl het tegendeel waar is. Maar dit tamme volk heeft alle akelige nieuwbouw steeds zonder morren aanvaard mede omdat die armetierige, gehorige, krappe woningen (gebouwd in het verlengde van de naoorlogse noodwoningbouw met z’n als tijdelijk bedoelde krappe maten en goedkope materialen) voorheen tot rond 1980, dus vòòr de stelselmatige huurverhogingen ook redelijk betaalbaar waren voor de lage- en middeninkomensgroepen. Die wettelijke huurverhogingen kwamen er om de mensen steeds weer hun huurwoningen uit te jagen naar nog duurdere woningen om zo plek vrij te krijgen voor de nieuwkomers op de woningmarkt.

Ook gewone blanke inlanders snakken naar ruim wonen in stijlvolle huizen

Deze groepen snakken reeds decennia lang naar de oernederlandse bouwstijlen van de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw, naar huizen met hogere plafonds, een vestibule, een ruim trappenhuis en mooie afwerkingen met ingebouwde kasten en grotere maten en alles wat "de overheid "witte Nederlanders" al jaren misgunt" die hen in legbatterijen, doorkijkwoninkjes en blokkendooswoningen stopt of voor de wat ruimere beurs in de witte schimmel. Nooit is hun gevraagd of ze dat prettig vonden! Door de bouw- en –woonmaffia van projectontwikkelaars, bouwers, architecten, huizenverkopers en overheden moeten ze zich alles laten welgevallen tot en met de huurprijsopdrijvingen en de woekerprijzen van ondermaatse kopwoningen toe. Aardig ruim wonen is voor hen die aan de verkeerde kant van de scheidslijn beland zijn, onbetaalbaar en onbereikbaar geworden. Het grote geld moest en moet nog steeds bij miljarden elders heen terwijl zij, verarmende ‘witte’ Nederlanders, het nakijken hadden en dankzij de doelbewust gekweekte kunstmatige schaarste werden uitgekleed. ‘Wonen’ werd voor de overheid de allergrootste melkkoe. Nu mogen ze rondkijken op de vinexlocaties met de nieuwe wanstaltige woningen op de klei, in de dras en mogen ze blij zijn als ze tegen torenhoge prijzen na inloting ergens in mogen kruipen! Dat Lucy dat voor haar Surinaamse lotgenoten niet prettig vindt, begrijpt de grootste idioot behalve ‘onze’ zogenaamd verbaasde politici, maar die hebben voor het merendeel waarschijnlijk nooit lelijk, slecht en duur hoeven wonen.

Nederland wordt nog duurder en wonen onbetaalbaar

Het lijkt er veel op dat alles nog een graadje erger wordt. In de NRC van 18 november 2001 stond een hoofdredactioneel commentaar "Oververhitting" naar aanleiding van de "indrukwekkende economische prestaties" van Nederland althans volgens de Europese Commissie die wel waarschuwt voor oververhitting en de hoge inflatie van ruim 3%, die de overheid volgend jaar verder aanwakkert met verhoging van de BTW naar 19% en milieuheffingen. De NRC stelt doodleuk dat de sneller stijgende prijzen in Nederland een compensatie vormen voor de ontwaarding van de gulden. "Dit alles biedt perspectieven voor de positie van ons land. De overheidsfinanciën zijn op orde en Nederland krijgt het karakter van een welvarende, koopkrachtige stadstaat, wat vraagt om een veel grotere verbeeldingskracht in het beleid".
Je houdt je hart vast bij de invulling die de NRC-redactie zich denkt. Op dezelfde bladzijde vergelijkt econoom Bomhoff de huizenprijzen in Nederland met elders. In de VS zijn de nieuwbouwhuizen thans twee keer zo groot als die van 1950 en ze zijn sinds 1985 minder in prijs gestegen dan de economische groei; in de ons omringende landen houden ze gelijke tred met de economische groei, maar hier stijgen de huizenprijzen drie keer zo snel als de gemiddelde welvaart. "Voor steeds meer mensen zal de droom van een eigen huis ook letterlijk een droom moeten blijven". Dit is waarschijnlijk de ‘verbeeldingskracht’ in het beleid met onbetaalbaar duur onroerend goed zoals in Parijs, als een oord voor rijke zakenlui. De armeren kunnen Nederland beter gaan ontvluchten, althans wie zich dit veroorloven kan. Grond- en huizenbezitters die hun bezit bijtijds verworven hebben, worden nog rijker en huurders nog armer.

In de naaste toekomst bloed aan de paal bij kentering

De Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening van Pronk wil laten bouwen op kleine kavels conform de vinexlocaties en in de Randstad die metropool wordt om de toekomstige groei van de bevolking naar 18,5 miljoen bewoners te kunnen bergen. Terecht stelt Bomhoff dat de modale Nederlander – ondanks hypotheekverstrekkingen door de banken van 5 tot 7 maal het bruto jaarlijks gezamenlijke huishoudinkomen voor een jong tweeverdienerstel, leidende tot een hypotheeklast van 33% van het bruto inkomen – in West Nederland geen eigen woning meer kan betalen. Voor ouderen is de kans nul op een echt huis. "Oudere, iets grotere huizen worden helemaal onbetaalbaar voor de gemiddelde Nederlander", aldus Bomhoff die in Noord Nederland wil laten bouwen. Er is daar wel de uitdaging van het opzetten van architectonisch aantrekkelijker steden op zandgrond in mooie vooroorlogse en oudkoloniale Nederlandse bouwstijlen die een alternatief kunnen bieden voor de verloederde, kaalgeslagen en later kilgemoderniseerde steden in West Nederland. Wel vrees ik dat woningbouw aldaar voor wat betreft de betaalbaarheid niet erg veel zal schelen, hooguit een iets gematigder prijsstijging dan in het Westen, omdat aan de aanhoudende algehele bevolkingsdruk en het winstbejag van bouw-en-woonmaffia incluis overheid niets gebeurt. Aangetekend zij hier dat in 1985 slechts op één inkomen per gezin een hypotheek verstrekt werd welke niet meer kon bedragen dan hooguit 3 maal dit enkele jaarinkomen; makelaar Harry Mens voorspelt dat er calamiteiten op de woningmarkt staan te gebeuren vooral bij jonge stellen. Hij verwacht "stromen bloed". Met Bomhoff en Mens citeer ik aartsoptimisten die pal achter het neoliberale regeringsbeleid staan. Heel veel mensen zullen dus uit moeten wijken naar andere landen vanwege de ‘Japanse’ duurte. De allochtonen in ons land hebben bij oplopende onbetaalbaarheid van het bestaan wellicht nog reële remigratiemogelijkheden naar hun moederlanden, maar hoe zit het met de hervestiging van Nederlanders aan de onwelvarende kant van de scheidslijn?

Berusten in marginaal leven in de Nederlandse stadstaat Deltapolis

Tot nu toe heeft de gemiddelde Nederlander over veel veerkracht beschikt en zich van hot naar her verplaatst om maar in dit land te blijven wonen. Vaak vanuit een verkleurende binnenstadswijk naar een buitenwijk die ook vervreemde en waar de huren omhoog gingen; vandaar naar een wijk in een overloopgemeente waar voor een beetje hogere huur wat beter te leven viel; toen weer getroffen door huurverhogingen waar hij voor uitweek door in godsnaam dan maar duur te kopen. Als makke schapen lieten deze doorstromers zich sturen door de overheid die zo middels de woningcorporaties de huisvesting van de migranten in de vrijkomende woningen kon realiseren. Ondertussen is hijzelf betrekkelijk arm gebleven en mag zich door de prietpraat van zijn overheid laten wijsmaken nu toch maar in een duur ‘huis’ te wonen in een ‘rijk’ land. Misschien wil hij dit wel geloven.
Wanneer hij er niet in wil geloven, zal hij in straffe onvrede leven met het politieke gezag dat hem en anderen deze – geen wezenlijke verbetering brengende en geldvretende – verhuizingen heeft aangedaan. Die "welvarende, koopkrachtige stadstaat" Nederland, gelegen in de drassige delta van Europa, is geen prettig woonoord voor een groot deel van de middenmoot van Nederlanders die noch rijk noch arm zijn, vanwege de hoge, nauwelijks op te brengen lasten, die de levensstandaard en de beheerskosten van zo’n hoogontwikkelde stadstaat meebrengen. Hij moet dus berusten in het dure leven in dit woonland, zelf voorttobbend in stille armoede in z’n krappe woning, zoals de doorsnee Japanners zich schikken in Tokyo.

Vluchten vanwege volheid, onleefbaarheid, duurte en uit voorzorg

Ik heb het vooral over de relatieve achteruitgang in financiën en fysieke beleving voor modale en lage inkomensgroepen ondermeer doordat ze moeten wonen in derderangs, dure krielwoningen waar Nederland vol mee staat in ruimtelijk ondermaatse omgevingen, en weinig over de sociaal-culturele vervreemding waar Den Hollander over schrijft. Hij heeft het wel over de rond 5 miljoen emigranten die Nederland binnen 50 jaar gaan verlaten; dat is wel bijna 1 op 3, een enorme omwisseling van bevolking! Dat getal is opzienbarend maar niet vreemd in verband met het ontstaan van een multi-etnische stadstaat waarin lang niet iedereen zich thuis voelt of zich kan handhaven. Vast staat wie zullen blijven: mensen met een goede baan, een eigen zaak of prima huis, maar ook mensen die te oud of te arm zijn om te verhuizen, waaronder heel veel allochtonen; het wordt een zeer heterogeen gebeuren hier, multi-etnisch met veel armoede en rijkdom, met veel criminaliteit en beveiliging. Er zullen zich onder de emigranten nogal wat oorspronkelijke Nederlanders bevinden die het zat zijn. Nu reeds kun je her en der in streken zoals de Dordogne en Wallonië struikelen over de rijkere Nederlanders die er als eerste golf hun toevlucht zochten. De grensstreken worden duur. Het wordt dringen voor wie het zich veroorloven kan en nog goed weg wil komen. Een warm onthaal staat de hervestigers met een bescheiden kapitaaltje niet te wachten; vraag het vroegere emigranten maar. De verstrooiing van Nederlanders over Europa en naar elders is reeds in volle gang. Deze diaspora hebben we mede te danken aan onze eigen overheid die Nederlanders geen goede, ruime huisvesting in het territorium Nederland wil waarborgen, met exclusieve rechten van staatsburgerschap en identiteitshandhaving.

Nederlanders in de verstrooiing, weg met Nederlands gevoel

De tweede golf Nederlanders die nu en in de naaste toekomst z’n toevlucht in andere Europese landen gaat zoeken vanwege de duurte is hiertoe vooral door die eigen overheid gedwongen anders dan de eerste golf van rijkeren. Ze zijn vaak cynisch geworden over het Nederlands bewind en wat dat hen aangedaan heeft. Velen voelen of weten zich het land uitgepest door de duurte, de volheid en ruimteschaarste, en de onleefbaarheid zowel fysiek als sociaal (wat mijns inziens een nogal kunstmatig verschil is want waar moet je de dagelijkse pijn over de lelijkheid van het land bij onderbrengen!). Ze weten zich terzijde geschoven en achtergesteld voor immigranten door de ‘eigen’ overheid. Ze zien hun wijken keer op keer overgenomen worden door vreemdelingen en ze ervaren de lastenverhogingen en reële inflatie dubbel en dwars. Het uitzicht op een betere toekomst voor zichzelf en hun kinderen in dit land – ‘hun land’ dachten ze – is hun ontnomen; onthecht en vervreemd raakten ze. Het is zeer de vraag of zij buiten de staatsgrenzen hun Nederlandse identiteit lang zullen willen en kunnen handhaven waar zij hiertoe niet de minste aanzet uit het moederland hoeven te verwachten.
De emigranten van de vijftiger jaren naar Engelstalige immigratielanden als Australië en Canada zijn geen goede maatstaf daar die vaak uit milieus van christelijke middenstanders, ambachtslieden en boeren kwamen. Die onderhielden hun Nederlandsheid in de tweede generatie nog via de kerk, maar de taal werd snel afgelegd.
Vanwege het trouweloze optreden van het Nederlandse bewind, het geringe nationale besef en het sterk verzwakte solidariteitsgevoel zeker onder onkerkelijken, is het zeer de vraag of er voldoende etnisch-culturele bindingen zijn om de verstrooiing niet te laten leiden tot dispersie of een volledig oplossen in den vreemde.

M. Giesen e.a.


Terug naar Heemland 2001

Terug naar Hoofdblad

Naar Heemland 19, Wegzinken van Nederland